Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet

Bij een IVN publiekswandeling ergens in een van de vele (bos)gebieden verzamelt het deelnemende publiek zich meestal op een parkeerplaats. Na het stallen van de vervoersmiddelen lopen de natuurgidsen en de deelnemers gezamenlijk naar het te betreden (bos)gebied; dit geschiedt heel vaak over een weg met een bitumineuze wegverharding. In dit soort gevallen begin ik vaak al de rondleiding met de vraag of iemand van de deelnemers het verschil weet tussen “asfalt” en “teer”. Keer op keer blijkt mij dat dit voor de meesten een onbekende materie is. Vroeger zouden we dit soort wegen “Macadamwegen” noemen, maar ik denk niet dat de jongeren onder ons deze ouderwetse aanduiding voor dit soort wegen nog kent.

In deze bijdrage ga ik het verschil uitleggen tussen teer, pek en asfalt. Ik zal daarbij duidelijk maken waarom roken en teer wel schadelijk is voor onze gezondheid en asfalt in veel mindere mate. Ook zal duidelijk worden dat zo op het oog het verschil tussen asfalt- en teerwegen niet te zien is.

Bitumina ofwel asfalt- en teer bitumen

pekpot

Bitumina (dit is het meervoud van bitumen) zijn minerale koolwaterstoffen die ontstaan wanneer organisch materiaal in een bodemlaag niet kan gaan rotten omdat er geen zuurstof bij kan komen. Het gevolg daarvan is dat bepaalde bacteriën het materiaal verder kunnen omzetten in chemische verbindingen met koolwaterstoffen. Bekende eenvoudige (gasvormige) koolwaterstoffen zijn: methaan, propaan en butaan. Afhankelijk van de herkomst van het organische materiaal en/of de wijze van bereiding worden de bitumina in een tweetal hoofdgroepen worden ingedeeld.

De asfalt bitumen verkregen door destillatie uit aardolie. Dit is de meest toegepaste soort bitumen. Aardolie of ruwe olie wordt vrijwel nooit in ruwe vorm gebruikt, maar verder verwerkt in de petrochemische industrie, die er met name brandstoffen, smeermiddelen, asfalt bitumen en grondstoffen voor allerlei kunststoffen van maakt. De aardolie werd gevormd op de zeebodem. Noodzakelijk was dat die zeebodem zeer zuurstofarm was, waardoor de bezinkende organismen (voornamelijk zeediertjes) niet volledig konden worden verteerd door aaseters of bacteriën.

De teer bitumen verkregen door destillatie uit steenkool of hout. We spreken dan over steenkoolteer of houtteer. De ruwe teer wordt vervolgens door middel van een destillatie proces ontdaan van bepaalde stoffen totdat er (steenkool)pek als residu overblijft. Steenkool werd, in tegenstelling tot aardolie, gevormd uit planten in een moerassige omgeving. Steenkoolteer en de daaruit vervaardigde producten (zoals: teerlak, vinylteer, teer epoxy, carbolineum en creosoot) behoren volgens de EU tot de kanker verwerkende middelen en mogen vanaf 1 juli 1997 in Nederland niet meer worden toegepast. Het is dus geen toeval dat bij het roken van tabak voor de mens schadelijk teer stoffen ontstaan.

Bitimina ofwel aardolie, teer, pek en asfalt

Reeds 3000 jaar voor Chr. gebruikten de volkeren in Klein-Azië (Babylon) een daar in de natuur voorkomende teer- en/of asfaltbitumen (het zgn. aardwas of aardhars) als mortel bij het metselen van stadsmuren, voor het maken van waterdichte pleisterlagen en vloeren bij badkamers en bij de wegen- en scheepsbouw. Deze bitumen werden meestal in de vorm van klompen of vette zwarte drab uit rivieren en meren gewonnen. De Grieken en de Romeinen gebruikten later als conserveringsmiddel houtteer en pek. In het begin van de 19e eeuw ging men in Frankrijk en Engeland over tot een systematische industriële toepassing van in de natuur voorkomende bitumen. Steenkoolteer en steenkoolpek werd daar gebruikt in de cokesovens voor de staalindustrie.

In 1859 vond de 1e boring naar aardolie plaats in Pennsylvanië, waarmee een nieuwe omvangrijke grondstof tot het verkrijgen van asfaltbitumen ter beschikking kwam.

Macadam ofwel Mc Adamwegen

In 1834 ontwikkelde de Schot John M(a)c Adam een (voor die tijd) zeer moderne soort wegverharding. Deze werd opgebouwd uit drie lagen steenslag met verschillende korrel afmetingen. Deze drie lagen steenslag werden voor een goede verdichting telkens met een stamper aangestampt of met een wals afgewalst. Als steenslag werd gebroken puin of gebroken gesteente (meestal grind) gebruikt. Dit type wegdek is door de vele holle ruimtes en het ontbreken van een bindmiddel (teer of asfalt) erg gevoelig voor verzakking. Daarnaast zorgt het ontbreken van bindmiddel ervoor dat de steenslag en/of het grind zeer veel stuift en makkelijk kan opspatten. Dit is erg slecht voor de veiligheid van de weggebruikers en de kwaliteit van het wegdek (door het vele materiaalverlies). Ook de voertuigen, die van deze wegen gebruikmaken, kunnen gemakkelijk ruit- en lak schade oplopen. Om deze redenen wordt dit type wegverharding sinds de opkomst van gemotoriseerd verkeer nauwelijks meer toegepast. In verschillende landen kan men echter nog steeds macadamwegen aantreffen, vooral in dunbevolkte gebieden en in ontwikkelingslanden.

macadamweg

Asfalt- of Tarmacwegen

In 1901 is door de opkomst van de auto’s de teergebonden macadamweg ontwikkeld door de Engelsman Edgar Hooley om de nadelen van de ongebonden macadamweg te ondervangen; de zogenoemde Tarmacwegen (Tar = Teer en mac = afkorting van macadam). De bereidingswijze van deze Tarmac werd gebaseerd op uitvindingen gedurende de negentiende eeuw om met behulp van teer het (loskorrelige) macadam te binden om zodoende stofvorming en het verlies van steenslag en grind van de wegverharding tegen te gaan. Hiermee is de Tarmacweg een voorloper van de huidige asfalt(beton)wegen. In de volksmond werden de Tarmacwegen nog wel steeds Macadamwegen genoemd. Ofschoon de asfalt in de wegenbouw al vanaf het begin van de 20e eeuw in de wegenbouw werd toegepast, is voor de meeste buitenwegen heel vaak nog de goedkopere steenkoolteer als bindmiddel toegepast. Ik heb verteld dat in Nederland koolteer producten vanaf 1997 niet meer mogen worden toegepast. In de wegenbouw wordt vanaf 1991 al geen teer als bindmiddel meer toegepast. Maar dit betekent wel dat er vooral in het buitengebied nog steeds (oudere)teerwegen aanwezig zijn. Ingeval van opbrekingen en/of reconstructies dienen deze teerhoudende wegverhardingen op een speciale manier te worden verwijderd. In die zin zijn teerproducten enigszins vergelijkbaar met asbestproducten. Zolang ze nog aanwezig en je ze met rust laat geven deze producten geen problemen, maar bij de verwijdering dient de nodige voorzichtigheid in acht genomen te worden. Wanneer je kijkt naar een bitumineuze weg, dan kun je niet zien met welk type wegdek je te maken hebt. Dat blijkt pas na het nemen van monsters in het laboratorium.

Tot slot

Zoals gebruikelijk sluit ik af met een toepasselijk Brabants spreekwoord. Wanneer het in West-Brabant niet 'opschiet' zeggen ze daar: ‘Het galoppeert as ne spin over un tarton’.

Ik wens jullie een goed voorjaar toe en pas op dat je de ketel niet verwijt dat hij zwart ziet.