Ik zie ze vliegen

Het is warm, volop zomer en deze keer wil ik het hebben over de zéér bekende Huis- ofwel de Kamervlieg, kortweg de Huisvlieg genoemd. De huisvlieg is één van de miljoenen insecten. Ik heb gelezen dat het totale gewicht van alle insecten op aarde 12 keer groter is dan het totale gewicht van alle mensen. Er bestaan wel 50.000 verschillende soorten vliegen, die door de deskundigen worden onder-verdeeld in ‘groepen’ en ‘families’. Zo zijn vliegen en muggen familie van elkaar en ze vormen samen de insectenorde der ‘tweevleugelige’. Alle andere insecten hebben géén of vier vleugels. Oorspronkelijk hadden vliegen en muggen ook vier vleugels, maar het tweede paar vleugels is gemodificeerd (ofwel weggeëvolueerd) tot zogenaamde halters, dit zijn kleine soms knotsvormig orgaantjes achter de vleugels. Ze hebben een functie bij het evenwicht, de vluchtstabilisatie en dienen waarschijnlijk als sensoren voor luchtstromingen en trillingen. Zo kunnen er dagelijks vele soorten vliegen ons huis binnen komen vliegen. Sommige per ongeluk, die dan gonzend tegen de ruiten er weer uit proberen te komen. Andere met de bedoeling op onze zolder of ergens anders in huis te overwinteren. Maar er zijn 2 soorten vliegen die blijvend bij ons-in wonen, dit zijn de:

  • Huis- ofwel de Kamervlieg (in het Latijns: Musca domestica)
  • Kleine kamervlieg (in het Latijns: Fannica canicularis)

De eerste is een grote en dikkere vlieg en de tweede is iets kleiner, slanker en dofgrijs van kleur. Ooit stilgestaan bij onze doodgewone huisvlieg? Dat vervelende insect dat als een gek door het huis zoemt totdat je zenuwen het begeven... (alleen als je jezelf er druk over maakt natuurlijk). Eigenlijk vliegt een vlieg te snel om hem te kunnen zien vliegen, anders zou je verstomd staan van de acrobatie toeren die ze uithaalt. Vanuit hoge snelheid remt de vlieg plotseling af tot ´ter plaatse rust´, maakt een salto, vliegt even onderste boven, maakt een rol en landt dan uiteindelijk op... het plafond! Wat maakt een huisvlieg tot zulk een acrobaat? De vleugels zijn, zoals alle andere ´onderdelen´ van de natuur – wonderbaarlijk! Ze zijn ontworpen met een hele grote kennis van zaken en bewegen ca. 300 keer per seconde op en neer.

De huisvlieg op zich

Huisvliegen zijn zogenaamde cultuur volgers, dat wil zeggen ze komen over de hele wereld verspreid voor, maar ze zijn altijd in de nabijheid van mensen en dieren te vinden. De huisvlieg heeft een lengte van7 mm. en het lichaam bestaat uit 3 stukken:

  1. de kop - met de 2 grote ogen, de zuigslurf en de 2 voelsprieten
  2. het borststuk - met de 2 tere vleugels en de 6 beweeglijke, behaarde poten
  3. het achterlijf - met ringen, de mannetjes hebben er 4 en de vrouwtjes 9

Over het grijze borststuk lopen vier zwarte lengtestrepen en het achterlijf is van boven zwart geruit en van onderen geelachtig wit. De huisvliegen zijn nogal honkvast en verplaatsen zich niet veel verder dan circa één kilometer van hun geboorteplaats.

De ogen van een vliegvlieg_hoofd

De ogen van een vlieg zijn heel anders gebouwd dan die van ons. De roodbruine ogen hebben de vorm van halve bollen. Daarop kun je duidelijk een soort netwerk zien. Een vlieg heeft in elk oog zo'n 3200 ooglenzen. Door deze speciale vorm van het oog kunnen zij ´sneller´ zien dan wij. Zonder de kop te draaien kan een vlieg in alle richtingen kijken. Bij de mannelijke huisvlieg raken de grote ogen elkaar bijna in het midden, de ogen van het wijfje liggen een eindje van elkaar.

De huisvlieg als bron van besmetting

Dat een vlieg ziekten kan overbrengen, is niet gek als je bedenkt op wat voor een plaatsen zij opgroeit en leeft. Eerst zit zij met haar harige poten in het vuil en daarna landt zij op ons eten. Als een vlieg b.v. op je lippen landt zuigt zij het vocht van je lippen. Omdat een vlieg wel eens op koeienstront, brood of worst zit, kan een huisvlieg allerlei ziekten overbrengen zoals: tuberculose, polio, tyfus en dysenterie. Die ziekten zijn bij ons tegenwoordig zeldzaam geworden, maar in de derde wereldlanden, komen ze nog maar al te vaak voor. En juist in die landen is er vaak niet genoeg geld om deze ziekten goed te behandelen. De huisvlieg heeft geen steekapparaat. Met hun merkwaardige stempelachtige zuigslurf kunnen zij alleen vloeibaar voedsel opnemen. Om vast voedsel te kunnen eten brengen ze hun maaginhoud aan op het eten en als het dan opgelost is, zuigen ze het op. Ook dit is een bron van besmetting. Studies hebben aangetoond dat er op elke huisvlieg wel 2 miljoen bacteriën kunnen zitten. Daarnaast leggen de wijfjes hun eitjes het liefste op half vergaan organische materiaal, met name dierlijke mest.

Voorkomen is beter dan genezen

De huisvlieg is een bekend proefdier in laboratoria en zijn witte larven, dit zijn de typische, pootloze vliegenmaden, worden verhandeld als diervoeder en ook door sportvissers als aas gebruikt. Per jaar kunnen zich in de openlucht vijf generaties huisvliegen ontwikkelen en in warme stallen zelfs tien tot vijftien generaties. In optimale condities zou één vrouwelijke huisvlieg, gedurende haar leven van 2 á 3 maanden, voor een nakomelingenschap van 21,6 miljoen vliegen en 27 miljard nog niet uitgekomen eieren kunnen zorgen. Vliegen hebben veel vijanden. Vogels zijn dol op de maden en reptielen en amfibieën eten de volgroeide vliegen. Een (aanzienlijke) vliegen overlast in je woning duidt altijd op fouten in de algemene hygiëne. Belangrijke aanbevelingen om vliegen te voorkomen of te verjagen zijn:

  • Was het fruit goed voor je het in de fruitschaal legt. Pas op met fruit dat al een tijdje in de fruitschaal ligt. Het is dan zachter en zoeter en dus nog aantrekkelijker
  • Bewaar GFT-afval niet in de keuken of aan de keukendeur bij warm weer
  • Organisch afval gooi je bij hoge temperaturen beter direct in de GFT-zak. Leg onderin de vuilbak een krant die je wekelijks ververst
  • Plaats een bakje met water met een scheutje azijn of een halve sinaasappel met kruidnagels op het aanrecht of kookfornuis
  • Plaats planten zoals: Boerenwormkruid, basilicum, laurierbladeren of lavendel
  • Schilder de keuken muren blauw. Blauw is een kleur waar vliegen een hekel aan hebben.

Tot slot iets over de stalvlieg en de eendagsvlieg

De Stalvlieg lijkt erg op een huisvlieg, maar heeft in plaats van een stempelachtige zuigslurf, een recht vooruit stekende steeksnuit, waarmee hij bloed zuigt. De vleugels houdt hij in ruststand tamelijk wijd gespreid. Hij komt algemeen voor in Nederland en België, vooral bij stallen, maar ook in weiden, bijvoorbeeld op paaltjes en hekjes. De stalvlieg wordt vaak zonnend aangetroffen en zit met de kop omhoog op muren, bomen en hekwerken (de huisvlieg met de kop naar beneden). Hij steekt vooral vee en soms mensen, vooral op de benen. De steek is tamelijk pijnlijk. Eendagsvliegen zijn geen vliegen, maar behoren tot een aparte orde, de Ephemeroptera. Ze staan ook bekend als haften en leven het overgrote deel van hun bestaan als nimfen in het water.

Voor mij is het toppunt van zieligheid, een eendagsvlieg die zijn dag niet heeft.