Je moet je naam mee hebben

What’s in a name

Tijdens presentaties over Roofvogels vertel ik steevast dat we eigenlijk niet over Roof- maar over Stootvogels moeten spreken. Er zijn namelijk geen vogels of dieren die ROVEN. Dieren doden, anders dan mensen, enkel vanuit de behoefte tot overleven en het zijn niet uitsluitend Roofdieren die dat dagelijks doen. Ik laat dan dia’s zien van een (onschuldige) Merel die in onze tuin een regenworm uit de grond sleurt. Ik laat het gezelschap zich afvragen hoe bepaalde namen of gezegdes in omloop zijn gekomen; ik noem dan bedrieglijke taalvoorbeelden zoals b.v: een ‘moordgriet’ die niet moord en een ‘luiestoel’ die niet lui is. Ik eindig dan dit gedeelte van mijn presentatie met het meest sprekende voorbeeld van een lieflijk ‘Roofdier’ dat zijn naam mee heeft.

Het Lieveheersbeestje: een kevertje dat per dag meer dan 50 bladluizen opeet!

Het lieveheersbeestje, het kapoentje en sinterklaas

LieveheersbeestjeIn dit verhaal wil ik het over dit kevertje hebben en ik begin uiteraard met haar naam. De naam ‘Lieveheersbeestje’ is een herinnering aan de tijd dat de Germanen in Europa bekeerd werden tot het Christelijk geloof. De bestaande Germaanse naam voor het kevertje ‘Freyafugle’ [vogel van de (godin) Freya], werd verchristelijkt tot Lievevrouwebeestje of Lieveheersbeestje.

Het 1e resultaat van verchristelijken van de naam voor dit beestje leeft voort in het Duits (Marienkäfer), in het Engels (Ladybird wat in Amerika is het veranderd in Ladybug). Het 2e resultaat wordt dus gebruikt in het Nederlands, maar ook in het Frans (bête à bon Dieu). Deze Franse naam voor het kevertje is in het Iers verbasterd tot Bóín Dé (wat ook ‘Gods koetje’ kan betekenen).

Bij ons in Brabant wordt het kevertje ook wel Mariabeestje, Boerinneke of Kapoentje genoemd, in Vlaanderen vaak Piempampoentje en in het Fries: Ingeltsje (engeltje).

Eigenlijk is Kapoentje een vreemde naam, omdat het ook de troetelnaam voor Sinterklaas is.

Maar het wordt nog vreemder omdat een kapoen eigenlijk een gecastreerde haan is. Het vlees van gecastreerde hanen wordt gewaardeerd vanwege de malsheid. Maar kapoen was, vanwege de besnijdenis, ook een scheldwoord voor jood. Op de een of andere manier is de naam van kapoen overgegaan naar ‘Sinterklaas kapoentje’. Dat een bisschop geen seksueel leven mag/kan hebben, net als een kapoen, zal hebben bijgedragen aan de associatie.

Lieveheersbeestjes zijn (voor ons) nuttige dieren. Het zijn belangrijke natuurlijke vijanden van verschillende soorten plaaginsecten. Lieveheersbeestjes hebben een ronde, zelfs vaak half bolvormige vorm met korte pootjes die, net als de kleine antennen, onder het kop-/dekschild kunnen worden teruggetrokken. Ze hebben rode, gele, witte en zwarte kleuren en zijn vaak gestippeld. Dit lijken dan verschillende soorten, maar het kunnen ook allemaal variaties van één soort zijn: het veelkleurig Lieveheersbeestje. De meeste Lieveheersbeestjes leven ongeveer een jaar. Het aantal stippen zegt dus niets over de leeftijd. De kleur en de vlekken op de dekschilden spelen wel een belangrijke rol bij het op naam brengen van de verschillende soorten Lieveheersbeestjes. Bij ons komt het ‘zevenstippelig Lieveheersbeestje’ het meeste voor.

Waar komen de lieveheersbeestjes vandaan?

Op zonnige dagen in het najaar (vooral in oktober) gaan volwassen Lieveheersbeestjes massaal vliegen op zoek naar plaatsen om te overwinteren. Eenmaal geland gaan ze driftig op zoek naar een beschutte plek om te overwinteren. Via naden, kieren en spleten bij ramen, ventilatie-openingen en dergelijke, maar ook door openstaande ramen of deuren, komen ze in je huis. Soms vind je er enkele of een tiental, maar groepen van meerdere honderden tot zelfs duizenden komen ook voor. Ook aan de buitenzijde van de woning kunnen deze beestjes in clusters op beschutte plekken voorkomen: b.v. achter raamluiken of in parasols, rolluiken en spouwmuren.

Eten doen ze niet in de winter. Ze gaan dus niet aan boeken, steen, hout of planten in of rond het huis vreten. Het grootste deel van de tijd (van november tot en met januari) zitten de Lieveheersbeestjes feitelijk stil en teruggetrokken. Aan het eind van de winter (februari en maart) worden de Lieveheersbeestjes weer actief en gaan rondlopen of vliegen. Maar er zijn ook Lieveheersbeestjes die niet hier vandaan komen. Jaren geleden is het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje in Nederland ingevoerd als biologische bestrijder van bladluizen. Meer hierover vertel ik verderop.

Hoe smaken ze?

LieveheersbeestjeAls je een Lieveheersbeestje 'pest' door zachtjes op hem te drukken dan produceert hij een gele vloeistof. Dit gedrag heet 'reflexbloeden'. Deze vloeistof (hemolymfe) heeft een kwalijk geurtje, smaakt erg bitter en komt tevoorschijn bij het gewricht van de pootjes. Vogels die een Lieveheersbeestje pakken, proeven dit reflexbloed en laten hem dan vaak snel vallen.

Het rood met zwart gestippeld kleurpatroon van het dekschild is te beschouwen als een soort alarmwaarschuwing. Dit ziet je vaker bij insecten of andere dieren die hun giftigheid of vieze smaak adverteren door een felle (alarm) kleur. De vieze smaak wordt veroorzaakt door een giftige plantaardige stikstofverbinding (alkaloïde) dat per Lieveheersbeestje verschilt.

Er is aangetoond dat deze vloeistof van het zevenstippelig Lieveheersbeestje giftig is voor jonge Koolmezen, maar die van het tweestippelig Lieveheersbeestje niet. In België wordt aan kinderen vaak verteld dat het Lieveheersbeestje 'gepist' (geplast) heeft wanneer het deze vloeistof achterlaat.

Als biologisch oorlogswapentuig!

Lieveheersbeestjes worden ook gebruikt om bladluizen op een natuurlijke manier te bestrijden (bio-tuinbouw). Dit gebeurt bij voorkeur met de uit Azië ingevoerde soort, het veelkleurig Aziatisch Lieveheersbeestje (Harmonia axyridis Pallas). Ze hebben veel verschillende tekeningen, van vrijwel oranje tot vrijwel zwart, ze zijn vaak ook iets groter en zijn herkenbaar aan de zwarte 'M'-vormige tekening op het kopstuk en aan het van achteren wat geplooide of gedeukte rugschild.

De verspreiding van veelkleurig Aziatisch Lieveheersbeestje wordt wetenschappelijk bestudeerd, want het is een agressief roofdier, dat bij gebrek aan luizen ook andere soorten Lieveheersbeestjes, rupsen en vlindereitjes opeet. Ook overwinteren ze in grote aantallen in huizen en gebouwen waar het door poep voor overlast kan zorgen.

Tot slot

Zoals gebruikelijk zou ik willen eindigen met een toepasselijk oud Brabants spreekwoord, alleen heb ik er geen over het Lieveheersbeestje kunnen vinden. Wel nog een in de Nederlandse taal dat luidt: 'Het Lieveheersbeestje steelt wel eens een snoepje'wat betekent: 'Ook keurige mensen maken fouten'.

Ik wens jullie allemaal een goede vakantie toe.