Vat liever een kraai dan een kauw

Veel mensen noemen iedere zwarte vogel een Kraai. Er zijn ook veel mensen die het verschil niet weten tussen Kauwen en Kraaien, laat staan het verschil tussen Kraaien, Raven en Roeken. Kraaien daarentegen, blijken individuele mensen wel te herkennen en te onthouden, wie ze wel en niet kunnen vertrouwen. Hoe dat nu precies in elkaar zit met die zwarte krassende vogels, ga ik jullie hierbij uit de doeken doen. Gemakshalve ga ik er vanuit dat jullie wel weten wat een Merel is. Inderdaad dat is die zwarte zangvogel in je tuin, met die oranje snavel.

Kraaien, Kauwen, Raven en Roeken, maar ook Eksters en (Vlaamse)Gaaien behoren allemaal tot (dezelfde) kraaienfamilie. De familie van de kraaiachtigen telt wereldwijd meer dan 100 soorten. Veel kraaiachtigen zijn zwart, maar er zijn er ook die mooi en/of bontgekleurd zijn, zoals de Ekster en de Gaai. Terwijl de meeste vogels hippen, bewegen de kraaien zich op de grond voort door echte stappen te zetten. Ze hebben allemaal sterke poten en de mannetjes en vrouwtje zien er bij alle kraaiachtigen hetzelfde uit. Bij de Merel is dat b.v. niet het geval. Daar is alleen het mannetje zwart, terwijl het vrouwtje bruingekleurd is en ook geen oranje snavel heeft.

Hoewel je dat niet zou verwachten, worden kraaien ook tot de zangvogels gerekend. Ze behoren, zoals o.a. de papegaaien, tot de intelligentste vogels en zijn bekend om hun leergierigheid en groot aanpassingsvermogen. Ook staan ze bekend als vogels die je gemakkelijk allerlei kunstjes en praten kunt leren. Ze hebben hun vermaardheid gekregen vanwege hun steelgedrag. Ze gappen graag (onze) blinkende voorwerpen, verbergen deze of nemen ze mee naar hun nest.

Misschien kwam het ook door hun zwarte kleur en hun rauwe kreten, maar de Raven, Kraaien en Roeken werden door onze voorouders als onheilbrengers en -profeten gezien, met een belangrijke rol in de literatuur en in het volksgeloof. Wellicht hebben ze hun slechte naam ook te danken aan het feit dat ze ‘alles eten’ en niet schuwen om uit nesten van andere vogels de eieren en jonge vogeltjes te roven en door als een ‘lijkenpikker’ allerlei kadavers, dode dieren en afval op te eten. Het is niet voor niks dat er voor hen de bekende spreekwoorden zijn zoals: ‘stelen als de Raven’ en ‘een vliegende kraai vangt altijd wat’.

Hoe kun je ze uit elkaar houden

De Raaf is pikzwart van kleur en de allergrootste onder de kraaiachtigen. Hij kan wel 65 cm groot worden (dat is dus groter dan een eend). Heel vroeger broedde de Raaf in heel Nederland, maar in de loop der jaren nam het aantal aanzienlijk af door toedoen van de mens. Door felle bestrijding, voornamelijk gebaseerd op bijgeloof, werd hij in Nederland bijna helemaal uitgeroeid. Het laatste broedpaar werd in 1994 ergens in Limburg gespot. Net op tijd startte het Wereld Natuur Fonds een project met als doel de Raaf in Nederland terug te brengen en in 1998 bleek het aantal broedparen al tot 130 te zijn toegenomen. Dit betekent wel dat de kans dat je in de natuur een Raaf ziet erg klein is.

De KauwKauw (ofwel Ka) is met zijn 25 cm, de grootte van een duif, één van de kleinste kraaiachtigen die in Nederland voorkomen. De Kauw is behalve aan het formaat ook te onderscheiden door zijn grijze achterhoofd en nek, zijn kleine(re) snavel en zijn wit-grijze (pret)ogen. Ook is hij goed te herkennen aan de minder scherpe roep die klinkt als ‘ka–ka’.

De kauw houdt het levenslang bij dezelfde partner en ze zijn dan ook altijd samen als een ‘echtpaartje’ te zien. Soms zijn ze ook te zien in grotere zwermen, maar vaak zijn ze dan in gezelschap van andere familieleden: de kinderen, ooms, tantes, neven en nichten. Het nest wordt gebouwd op schoorstenen of hoge gebouwen en is gemaakt van takken.

De (zwarte) KraaiZwarte kraai is helemaal zwart met een grote snavel en is vaak helemaal ‘in zijn eentje’ te zien. Soms zie je hem wel in kleine groepen, maar slechts zelden in grote groepen. Het ruwe krasgeluid van de kraai klinkt als ‘skrèèhj-skrèèhj. Bij het krassen gooit hij zijn kop omhoog, terwijl hij zijn staart naar beneden drukt en uitspreidt, zoals duidelijk op de foto te zien is.

Het mannetje en het vrouwtje blijven hun hele leven trouw aan elkaar, maar zoeken elkaar alleen op tijdens het broedseizoen. Het nest is van takken gemaakt en wordt gebouwd in de top van een hoge boom.

De RoekRoek is ook helemaal zwart alleen ontbreken rondom zijn snavel de veren, waardoor daar een wit gekleurd gebied ontstaat en de snavel groter lijkt. Door loshangende veren is het verenkleed rond de poten minder glad dan bij de zwarte kraai, zodat de vogel dikker lijkt. Toch is hij met zijn 35 cm niet groter dan de zwarte Kraai. Bij het roepen buigt hij zijn kop naar beneden en houdt tegelijkertijd zijn staart als een waaier omhoog.

De vogel broedt altijd samen met soortgenoten in de toppen van hoge bomen. De meeste broedkolonies worden jaren achter elkaar gebruikt, waarbij de nesten ieder jaar hersteld worden. De Roek is ook buiten de broedtijd bijna altijd in grote groepen te zien.

Folklore en bijgeloof over kraaien

De kraai als onheilsbrenger

Het is heel moeilijk te zeggen waar folklore eindigt en bijgeloof begint. Wat voor sommigen als wijsheid of kennis geldt, wordt door anderen als waardeloos of met een knipoog afgedaan. In het algemeen is de Kraai de vogel van het kwaad. Zwart als de schaduw van de duivel is hij altijd op zoek naar ziekte, ongeluk, dood en zwerft hij hunkerend van kadaver naar kadaver, over slagvelden en vuilnisbelten. Zijn verschijning hield sombere voortekens in en zijn ruwe gekras kondigde al evenmin iets prettigs aan. Kortom, kraaien hebben een slechte naam en daarom zien we ze liever gaan dan komen.

Sinds de tijd van het oude Rome zijn kraaien gebruikt voor het doel van het waarzeggen: zoals b.v. de overwinning in de strijd, een lang leven en vruchtbaarheid. De Indianen zagen hem als de schelm. Voor de Joden was hij onrein: het symbool van boosheid en kwaad.

Ook voor de Christenen was hij op de eerste plaats een vogel die op aas afkomt en die anderen de ogen uitpikt. Zo staat hij voor het kwaad dat de mensen verblindt. Hij is het symbool van de zonde in tegenstelling tot de witte duif die pure goedheid belichaamt. In ons volksgeloof was het vinden van een dode kraai op de weg een teken van goed geluk, terwijl de aanwezigheid van kraaien op een kerkhof pech voorspelden. Wanneer een enkele kraai over een huis vloog, betekende dat slecht nieuws en voorspelde vaak een sterfgeval. Gelukkig weten we tegenwoordig wel beter.

Tot slot

In ons Brabantse land kennen we veel spreuken en gezegden over Kraaien, Kauwen en Eksters. Ik zal er een drietal vermelden en ik begin met de meest toepasselijke spreuk: ‘De witte vogels vliegen, de zwarte blijven boven’. Dit betekent: er is niets te halen of erop uitgaan is vergeefse moeite. De andere spreuk is een variant op het gezegde: ‘vat geen kou boy’ en luidt: ‘Ge kunt beter ’n Kraai vatten as ’n kaauw’ . Ik vind dit een wijze raad voor ons nu de ‘r’ weer in de maand zit en de zomer verdwenen is. Tot slot het gezegde: ‘ik heb ‘n kraai gevreten’. Dit betekent: ik heb een flater begaan of ik heb een verkeerde uitspraak gedaan.

Als toegift geef ik nu eens geen ezels- maar een kraaienbrugje, het luidt als volgt:

  • Zie je er een op een paal of alleen in de waai, dan is het een Kraai;
  • Zie je een stelletje dat met elkaar wil trouwen, dan zijn het Kauwen;
  • Maar hoor je hele zwermen in hoge bomen roepen, dan zijn het Roeken.