Mijn boodschap mag je niet met een korreltje zout nemen!

Een besneeuwd landschap vinden wij erg mooi en lokt ons natuurlijk naar buiten. En waarom zouden we het niet doen? In Nederland valt sowieso weinig sneeuw, dus kunnen we er maar beter van profiteren. Over onze laatste witte Kerstmis dromen wij al weer jaren! Maar wij willen ook met onze auto’s op stap! Daarom zijn er de laatste weken al tonnen ‘wegenzout’ uitgestrooid op onze wegen om ze voor ons sneeuw- en ijsvrij te maken of te houden.

vogelhuisje

Het goede van zout

Zout in water doet het vriespunt dalen. Als water 10% zout bevat, bevriest het pas bij -6°C, met 20% zout pas bij -16°C. Je kunt er net zo lang zout bij doen totdat er in het water geen zout meer kan oplossen; dan krijg je pekel dat tegen een bevriezingstemperatuur kan van -21°C. Naargelang de grootte van de korrel heeft het zout een goed of een nog beter effect. Kleinere korrels lossen sneller op en worden daarom vóórdat het buiten glad wordt gebruikt (preventief strooien). Grovere korrels zout lossen trager op, maar hebben wel een langer effect. Ze dringen dieper in het sneeuwtapijt en worden daarom meer later gebruikt als er al sneeuw ligt.

Het slechte van zout

Zout is echt slecht voor het milieu en zelfs levensgevaarlijk voor vogels. Door de opname van zout of pekel kunnen ze een vergiftiging oplopen. Ernstige ziekteverschijnselen doen zich voor vanaf een opname van 2.000 mg per kg lichaamsgewicht; dit is ongeveer een halve theelepel zout. De dieren worden dan suf, reageren weinig op prikkels, laten zich gemakkelijk benaderen, vliegen niet meer weg en worden sneller overreden door auto’s. Vergiftigde vogels die deze eerste fase gedurende zes uur kunnen overbruggen, herstellen zich vaak volledig. Het voldoende beschikbaar zijn van zowel drinkwater als voedsel is een belangrijke voorwaarde in hun herstel. Normaal gesproken sterft een vogel in onze streken niet zo snel van de koude, maar een langdurige winterperiode veroorzaakt voedselschaarste, ze moeten langer en moeizamer zoeken en dat doet hen verzwakken. Ze lopen dan meer kans op allerlei ziekten. De dagen zijn zeer kort en daardoor ook de beschikbare tijd om het nodige voedsel bijeen te zoeken. Bovendien hebben vogels ook nog een hoger calorieverbruik, zodat hun vetreserves sneller uitgeput geraken. De vogel moet steeds voldoende energiereserves houden om gedurende de lange, koude nachten zijn temperatuur van c.a.40°Cop peil te houden. Zo niet dan belandt hij in een acute gevaarsituatie, vooral de kleinere soorten.

De zoutfilters

In zout zit natrium en mens en dier hebben daar een natuurlijke behoefte aan. Onderzoekers stelden vast dat vooral groen- en zaad etende vogels zich aangetrokken voelen tot zout. Maar ook andere vogels zullen bij vriesweer graag hun dorst lessen met pekel uit de afvoergeulen van paden, straten en wegen. Het lichaam houdt de concentratie aan natrium binnen nauwe grenzen. Specifiek voor natrium is dat het water aantrekt. Bij een verhoogde inname van zout zal dus ook het watergehalte toenemen omdat het lichaam altijd streeft naar dezelfde zoutconcentratie. Een volwassen persoon die na een zoutrijke maaltijd op de weegschaal staat, kan hierdoor gemakkelijk één kilogram zwaarder wegen. De mens en gewervelde dieren filteren en zuiveren hun bloed in de nieren. Het eerste filterproduct in de nieren is zeer waterachtig. Wanneer het in die vorm meteen als urine uitgescheiden zou worden, zou uitdroging van het lichaam snel volgen. Daarom beschikken nieren over duizenden uiterst fijne kanaaltjes die het waterige filterproduct terug opnemen in het lichaam. Hierdoor concentreert de urine zich en blijft bijna alle natrium gewoon in het lichaam. Bij vogels wordt de urine zo geconcentreerd dat ze zelfs een vaste vorm aanneemt. Daarom hebben vogels geen urineblaas nodig. Vogels die (in het zoute water) op zee leven, kampen regelmatig met een overaanbod aan zout. Maar zij hebben een bijkomend hulpmiddel in hun lichaam in de vorm van een kleine klier, die zich in de schedel bevindt net boven de ogen. Deze klier voert het overtollige zout af via de neus. Bij landvogels is deze klier niet ontwikkeld. Het zal duidelijk zijn dat voor hen het wegwerken van een overaanbod aan zout uit het lichaam geen eenvoudige opdracht is. Hun proces komt pas na enkele dagen goed op gang en wanneer deze vogels op zeer korte termijn veel zout opnemen, krijgen ze een ernstig gezondheidsprobleem.

Het zout op de korrel

Sommige vogels nemen zand- en steenkorrels op om aan hun kalkbehoefte te voldoen en voor de werking van hun speciaal werkende maag. Dit doen ze vooral ‘s ochtends. Dit gruis, om hun eten mee fijn te malen, helpt de insectenetende vogels bij het verteren van harde kevers en de zaad etende vogels bij harde zaden. Ze kiezen gruis op basis van grootte, kleur en vorm. De gemiddelde maag van b.v. mussen bevat ongeveer 580 van dergelijke gruiskorreltjes. Waarschijnlijk maken ze niet het onderscheid met zoutkorrels en lopen zo een vergiftiging op. Bij een kleinere korrels zout wordt de giftige grens bereikt vanaf 52 zoutkorrels; bij grotere korrel zout kan één korrel al voldoende zijn om de eerste vergiftigde effecten zich te laten manifesteerden.

Mijn ongezouten boodschap

Het direct giftige effect van zout voor vogels spruit vooral voort uit de afwezigheid van water. Het is dus zinvol om altijd vers drinkwater ter beschikking te stellen van vogels, zeker bij vriesweer als zuiver water schaars is. Voeg vooral geen zout toe aan drinkwater om het bevriezen te beletten ; vervang het gewoon regelmatig. Het is niet realistisch dat ik pleit voor minder zout op de wegen; onze heilige koe heeft immers dat zout voor zijn ritme nodig! Maar op kleine landelijke wegen, vlakbij bosranden en op ons tuinpad moet overwogen worden om geen of minder strooizout te gebruiken. Ik las laatst een oud Brabants Carnavalsgebruik en het ging als volgt: Op Vastenavond wordt het lief in het zout gelegd, met Halfvasten wordt het lief eens omgekeerd en op Pasen wordt het lief uit het zout gehaald.

Ik wens jullie voor de komende carnaval: ene goed zoute Alief toe.