De blauwe reiger

De eenzame visser

Waar je ook loopt, fietst of zit, je ziet hem overal staan deze eenzame visser. Langs de rivier of in de polder op de kant of juist in het water. Op z’n lange poten stapt hij voorzichtig door ondiepe plekken van stadsvijvers, poldersloten en weilanden. Hij wordt vliegend gezien langs grachten of bij meren en zijn broedkolonies bevinden zich al midden in de stad in hoge bomen of juist in volstrekt afgelegen bospercelen. Deze eenzame visser tref je ook regelmatig als een ongenode gast aan de rand van je tuinvijvertje, waar hij zich te goed doet aan je rondzwemmende goudvissen. In strenge winters heeft de eenzame visser het zichtbaar moeilijk. Als alles meezit kan hij gemiddeld 25 jaar oud worden.

De eenzame visserIk heb het natuurlijk over de blauwe reiger. De blauwe reiger is in Nederland en België het bekendste en meest voorkomende lid van de reigerfamilie en behoort tot de orde van ooievaarsachtigen.

Het is een grote vogel met zijn lengte van ca.90 cm. en een gewicht van wel2 kilogram. De mannetjes en de vrouwtjes zien er voor ons hetzelfde uit, de bovenzijde, de vleugels en de staart zijn blauwachtig grijs en de vleugeleinden zwart van kleur. De kop is wit met een zwarte band door het oog, die doorloopt in een kuif. De witte hals heeft aan de voorzijde lengte strepen en de onderzijde is grotendeels licht grijs. Zijn lange dolksnavel is geel van kleur, maar in de broedtijd soms roodachtig. Verder heeft hij lange bruine poten, die in de broedtijd roodachtig zijn.

Hij en zij houden niet van gezelschap en opereren alleen: het zijn dus eenzame vissers. Alleen in de broedtijd hebben ze elkaar uiteraard nodig en zoeken ze de broedkolonies op. Ze broeden voornamelijk in stevige bomen. Eind januari keren de reigers terug naar hun broedkolonies en knappen de nesten van het voorgaande jaar op. De mannetjes die het eerst arriveren, kiezen de grootste nesten. De laatkomers moeten genoegen nemen met een kleiner nest of zelf maar een nieuw nest bouwen. Eenmaal op hun nest lonken de mannetjes naar de vrouwtjes. Half februari worden de eerste eieren gelegd. In totaal worden 3 tot 5 eieren, door zowel het mannetje als het vrouwtje uitgebroed.

Hoe herken je hem

Toen ik klein was kon ik in de (v)lucht het verschil nooit zien tussen een ooievaar en een reiger. Mijn oudste broer Bert heeft mij geleerd dat het verschil heel duidelijk te zien is aan de vleugelslag. Eenmaal in de lucht vliegt de reiger met constante, machtige en diepe vleugelslagen. De ooievaar houdt in de lucht al na enkele vleugelslagen op, houdt de vleugels enige tijd uitgestrekt stil, zweeft en doet daarna weer enkele slagen.

Het geluid dat hij maakt hoort voor ons niet prettig aan. Het is een diep, rauw "schraatsj" in de vlucht (ook wel beschreven als "grrèngk"). Het schijnt dat de naam “Reiger“ ontleend is aan het schreeuwgeluid dat hij maakt. Zittend op het nest maakt hij een “snavelgeklapper”, afgewisseld met verschillende rauwe, krassende en kokkerende geluiden. Ook de jongen produceren al deze geluiden.

De blauwe reiger en de mens

Er is al veel geschreven over de gespannen verhouding tussen de blauwe reiger en de mens. Over de rivaliteit tussen de vogel en de beroepsvisser, over de vervelende gewoonte om met zijn uitwerpselen de bomen wit te kalken, bladerloos te maken en de grond te besmeuren en over de stank van over de nestrand gevallen visresten.

In vroeger tijden werden de reigerkolonies makkelijk het doelwit van verstoring en stroperij. Ook werd er met behulp van valken op reigers gejaagd. Bij de aanblik van de roofvogel vlogen de reigers op. De valk of havik vloog dan enkele meters boven een reiger en wachtte op het juiste moment om toe te slaan. De reiger wilde echter nog wel eens tijdens de vlucht met zijn snavel ferm omhoog pikken, waardoor menige roofvogel werd doorboord. De gevangen reigers kwamen niet altijd op de eettafel terecht van de heer en meester van de valk. Vaak had de valkenjacht het karakter van een plezierjacht of competitie. De gevangen reiger bleef in leven, werd geringd en weer losgelaten. Als een valk een “ervaren” reiger met veel ringen op de grond wist te brengen, was dit een stootvogel van onschatbare waarde en ook zijn valkenier verdiende hierdoor veel respect onder zijn jachtgenoten. Het is dan ook geen toeval dat in Breda het Valkenberg en de Reigerstraat zo dicht bij elkaar liggen.

Bescherming

Blauwe reigers waren vroeger niet beschermd. Sinds 1963 is de blauwe reiger in Nederland volledig beschermd. Dit heeft tot een volledige aanpassing aan de mens geleid. Bovendien worden ze steeds vaker door ons gevoerd, waardoor ze minder gevoelig zijn voor strenge winters en steeds vroeger gaan broeden. In de jaren zestig werden ook beschermingsmaatregelen van kracht in Engeland en Duitsland. In de jaren zeventig in Frankrijk en België.

Zijn voedsel

De Blauwe Reiger verdient zeker de gouden medaille voor geduld. Als eenzame visser kan hij uren staan wachten tot er een geschikte prooi in zijn blikveld komt. Zijn lange hals is dan S-vormig ingetrokken, klaar om als een pijl uit een boog vooruit te schieten en zijn slachtoffer met de dolksnavel te spietsen. Het is een wonder dat hij daarbij blijkbaar precies met de breking van het licht op het grensvlak van lucht en water rekening houdt. Hij spuugt een natuurlijk olieachtig speeksel op het water waar de vissen vervolgens op reageren en opaf gaan. Vissen van 10 –16 cmlengte vormen de hoofdschotel van het menu van de blauwe reiger, zoals voorn in rietvelden, forellen in stromend water, maar ook stekelbaars, paling, baars, snoek, zeelt, karper en brasem. De blauwe reiger is een waadvogel, die voorzichtig door ondiep water schrijdt of doodstil wacht op een naderende prooi. Hij heeft een voorkeur voor een waterdiepte van 20 tot40 cm.

De reiger staat niet alleen langs de kant te vissen, maar kan ook soms een kleine zweefvlucht maken. Dit doet hij met ingetrokken lange hals S-vormig en met de poten achter het lichaam uitgestrekt.

Soms besluipt hij ook zijn toekomstige maaltijd: sierlijk blijven zijn kop, hals en lichaam in evenwicht terwijl hij zijn prooi voorzichtig nadert en voortdurend fixeert. Verder eet hij amfibieën (kikkers), reptielen (ringslangen), insecten, wormen, rivierkreeften, slakken, steurgarnalen of jonge vogels. Maar ook wel kleine zoogdieren als mollen, (water) ratten, veldmuizen en waterspitsmuizen. In grasland jaagt hij op muizen, kikkers, sprinkhanen, kleine vogels en wormen. Als je denkt dat een reiger alleen maar kleine vissen eet, lees dan maar eens het navolgende verslag van een ooggetuige. Ik waarschuw de lezers die géén sterke maag hebben voor dit bizarre waargebeurde relaas:

De gulzige reiger“Vanochtend vroeg stond deze Blauwe Reiger in de uiterwaarden langs de Lek, nabij een zanderig stukje, waarin Konijnen diverse holen hebben. Op een gegeven moment verscheen er een klein zwart konijntje. De Blauwe Reiger sloop behoedzaam naderbij en toen het zwarte Konijntje binnen zijn stoot-afstand was zag je de spanning bij de reiger toenemen. Met zijn kop ging de vogel zijdelings ietsje heen en weer, waarschijnlijk om de afstand exact in te schatten. Een felle uithaal en het konijntje hing luid krijsend en spartelend te bungelen aan het velletje achter zijn oor. Het Konijntje gilde in doodsangst en spartelde hevig in de snavel van de Blauwe Reiger. Direct nadat de reiger had toegeslagen vloog hij met het Konijntje weg naar een 30 meter verder gelegen plasje. Bij het plasje aangekomen werd het Konijntje door de reiger onder water gehouden en daarna op de kant gegooid. Toen het diertje toch nog tekenen van leven vertoonde stootte de reiger weer fel toe en hield het Konijntje nogmaals onder water. Tot slot ging de reiger op de kant het dode konijntje met huid en haar naar binnen staan werken. Ik kon er nog snel enkele foto’s van maken“

De reiger en ons Brabantse land

In het Oost-Brabantse wordt het volgende gezegde gehanteerd:  “’t Is kao waoter” zin de reiger en hij kos nie zwemme“. Voor de niet Brabanders onder ons: “Het is slecht water zei de reiger en hij kon niet zwemmen".

Met dit gezegde wordt bedoeld: De schuld van je eigen falen, mag je niet aan iets of aan iemand anders toeschrijven. Dit lijkt mij een goede les voor ieder van ons, wanneer de eenzame visser je tuinvijvertje weer eens heeft leeggegeten. Hij doet alleen zijn werk en niets anders.