Verhalen

Een soortgenoot is de echte echtgenoot

Ik liep laatst door het Markdal toen een man met een wat ongewoon uitziende hond mij tegemoet kwam. Toen ik zeer verbaasd naar deze hond keek, vroeg de hondebaas mij: “Gij wit zékur nie wat vur Soort hond dè ies”. Dit lijkt een normale vraag, maar toch is daar iets vreemds aan. In dit artikel ga ik vertellen waarom deze vraag (biologisch gezien) een merkwaardige vraag is. Ook zal ik het verschil uitleggen tussen Ras, Soort en het hoe en waarom uit de doeken doen over ‘het pootje lichten’ bij honden.

Schijn bedriegt

Op aarde wonen opvallend veel verschillend uitziende mensen. Met een donkere, blanke of gele huid; met blauwe of bruine ogen; met sluik of krullend haar. Toch behoren alle mensen biologisch gezien tot dezelfde Soort. Dit betekent dat in principe alle vrouwen met alle mannen (zouden) kunnen paren en daarbij op vruchtbaar nageslacht kunnen rekenen. Een Soort is dus een groep van mensen, dieren of planten die op grond van hun eigenschappen of kenmerken een succesvol voortplantingsgedrag (willen) vertonen. Een Margriet bestuift andere Margrieten en daardoor ontstaan nieuwe Margrieten. De Margrieten vormen dus een Soort of voortplantingsgroep; dit ondanks dat individuele Margrieten, net als mensen, van elkaar verschillen (in de grootte en het aantal bloemblaadjes).

Het door ons gesignaleerde onderscheid tussen verschillende mensen wordt Ras genoemd. De specifieke eigenschappen en/of kenmerken van een Ras worden door de ouders op hun kinderen (erfelijk) doorgegeven. We weten nu hoe dat met ons mensen zit. Maar hoe zit dat b.v. met apen. Alhoewel veel apen op elkaar (en zelfs op ons mensen lijken), behoren zij niet tot onze Soort. Zij met hun allen behoren ook niet tot dezelfde Soort. Sterker nog er bestaan ongeveer 200 verschillende Soorten apen. De voor ons bekendste Soorten zijn de Chimpansee, Orang–oetan en de Gorilla. Nu komt het in de praktijk wel voor dat twee verschillende Soorten toch met elkaar kruisen. In de natuur zal dit niet (snel) voorkomen, maar het gebeurt wel vaker dankzij het ingrijpen van de mens. De bekendste voorbeelden hiervan zijn: de Muilezel en het Muildier. De Muilezel is het product van een Ezelin en een Paardhengst; het Muildier van Merriepaard en Hengstezel. Nakomelingen van twee verschillende Soorten worden bastaard (of hybride) genoemd, maar een bastaard zelf is onvruchtbaar. Het kruisen van twee soorten wordt door mensen gedaan om daardoor andere eigenschappen bij de bastaard te kweken. Maar het zal dus duidelijk zijn dat met een bastaard niet kan worden gefokt, omdat hij zoals gezegd onvruchtbaar is. Het gegeven dat wij mensen allen tot dezelfde Soort behoren en het feit dat wij bepaalde mensen als bastaard aanduiden, kan derhalve geen biologische achtergrond hebben. Maar schijn bedriegt, als we naar bepaalde vogels of planten kijken, is zelfs het onderscheid tussen de verschillende Soorten door ons vaak moeilijk te zien.

Hoe ontstaan soorten

De “uitvinder” van de Soorten (Species) Charles Darwin zelf veronderstelde dat iedere Soort is ontstaan in de loop van vele duizenden jaren, via een proces waarbij natuurlijke selectie betrokken is. Dit houdt onder andere in dat in de loop van vele generaties bepaalde individuen zich beter/anders aan de (gewijzigde) omgeving aanpasten en hun eigenschappen (via ver-erving) meegaven aan de volgende generatie(s). Soms kwam het ook voor dat twee populaties van dezelfde Soort van elkaar gescheiden werden door een barrière (zoals: bergen, zee, woestijn, ijs) en daardoor in de loop der tijd zo van elkaar gingen verschillen dat ze elkaars “taal” niet meer konden verstaan. Een goed voorbeeld hiervan is het ontstaan van de verschillende snavelvormen bij de diverse Soorten Vinken. Bij iedere Vinkesoort heeft zich een snavelvorm ontwikkeld als een passend gereedschap voor hun voedsel verschaffing: de ene Soort heeft een snavel als notenkraker, de andere een snavel als insectenwroeter en nog een andere een snavel als zadenpikker.

Een recent voorbeeld van beginnende Soortvorming is dat van onze Merels. De Merels leefden oorspronkelijk in het bos en zijn door de steeds verdergaande ontbossing voor een deel naar de stedelijke omgeving getrokken. Ze hebben daar in een snel tempo hun leefomgeving ingericht. Onlangs onderzocht een Leidse bioloog de huidige Merel populaties in Nederland, waarbij hij de Merels in de stad vergeleek met hun soortgenoten in een nabijgelegen bosgebied. Hij constateerde hierbij verschillen in zang, lichaamsbouw en overig erfelijk materiaal. Zo zingt een Stadsmerel harder en met minder tussenpauzes dan zijn soortgenoten in het bos. De Stadsvogel is daarnaast zwaarder dan een Bosmerel, met kortere poten en een kortere snavel. Het lijkt erop dat de Stadmerels zich al niet meer met de Bosmerels vermengen (en omgekeerd), mede omdat de zang van de Merel mannen, zijnde het belangrijkste instrument om hun territorium te verdedigen en om vrouwtjes te lokken, door de andere Merel vrouwen nog nauwelijks begrepen wordt.

Rashond of bastaard

Al onze honden hebben vier poten, twee oren en één staart, maar daarmee houdt de gelijkenis op. Het lijken wel 100 verschillende Soorten. Er zitten langsnuiten en platneuzen bij, schoothondjes en wandelende kleerkasten. Maar tijdens de paartijd blijkt pas hun duidelijke verwantschap. Dan klauteren Tekkels zonder blikken of blozen op een St. Bernard of verpletteren verliefde Deense doggen Jufferhondjes. Ook de jonkies, die van deze acties het gevolg zijn, vermeerderen zich op hun beurt generaties lang. Een hond weet namelijk niet of hij een Pekineesje of een Deense dog is. Hij waant zich nog steeds een Wolf. Daarom blaffen kleine keffertjes even dapper als grote lobbesen.

Of je het nu geloven wilt of niet, alle honden behoren tot dezelfde Soort. Onze hond is een door de mens tot huisdier gemaakte wild Wolvenras. Er zijn aanwijzingen dat honden al meer dan 14.000 jaar geleden ‘tam‘ werden gemaakt. Mens en menshond gingen een steeds nauwere verbintenis aan. Uit (toevallige) vermeerdering ontstond al snel een selectieve Rassen fokkerij met als doel de verschillende aan honden opgelegde taken beter uit te laten voeren. Zo ontstonden Rassen zoals: Trekhonden (Kees-achtige), Herdershonden, Jachthonden en de kleinere Huishonden.

Vooral de laatste 200 jaar hebben fokkers ervoor gezorgd dat er een groot aantal Rassen en Ras varianten zijn ontstaan. Daarbij werd gebruikt gemaakt van de regels van Gregor Mendel, die omstreeks 1850 experimenteerde met het wijzigen van erfelijke eigenschappen bij planten en dieren. Op de dag van vandaag worden 331 hondenrassen erkend. Honden die niet tot een specifiek Ras behoren, worden als bastaardhond, straathond of als rasloos bestempeld. We weten nu dat de benaming "bastaard" bij honden niet juist is. Beter zouden we over "gemengd Ras" of "Raskruising" kunnen spreken.

De pootjeslichters

De reuen van echte Wolven, Vossen en andere hondachtige tillen bij het plassen hun achterpoot op . Eigenlijk behoeven de reuen voor het plassen niet zo moeilijk te doen, want de teefjes en puppy’s doen het heel eenvoudig op hun hurken. De bedoeling van de reu is om met het lichten van de poot zijn plas op bomen, lantaarnpalen en broekspijpen te richten en daarmee van zijn luchtje te voorzien. Zo bakent hij zijn territorium af, presenteert zich als leider of correspondeert met loopse teefjes. Het is iedere dag weer een heel gedoe en alle inspanning is te vergeefs, want elke geurvlag wordt zo snel mogelijk weer door een volgende hond overgeplast. Er is duidelijk iets misgegaan. Vroeger, toen honden nog ordentelijke Wolven waren, tilde alleen de Grote Leider van de horde zijn poot op en onderstreepte daarmee in geuren en kleuren zijn macht. Onze honden leven al lang niet meer in een horde en als Grote Leider zien ze merkwaardigerwijs hun baas. In feite zouden dan ook niet de honden, maar hun bazen boom na boom, lantaarnpaal na lantaarnpaal moeten beplassen.

Omdat hun baasjes het op dit punt lelijk laten afweten, doen de ondergeschikten het zware werk, maar ze krijgen hiervoor wel stank voor dank. Op het moment dat ik artikel schrijf is het weliswaar hartje zomer, maar ’t is géén weer om ’n hond erdeur te jagen. Met andere woorden het is geen soort van weer. Hopelijk wordt het toch nog een goede nazomer.

Pootje lichten