Verhalen

Hout moet deel 2

Hout moet nog steeds

In het eerste deel heb ik het gehad over bomen, hout en het zagen van hout. In dit tweede deel ga ik het hebben over waar hout allemaal zit en wat de verschillende houtsoorten en de eigenschappen van hout zijn. Het stuk mag niet te lang worden, dus zal ik mij beperken.

Waar zit hout allemaal

Van oudsher is hout in onze streken het belangrijkste bouwmateriaal omdat er geen natuursteen voorhanden was. In de 12e eeuw deed baksteen zijn intrede, maar de meeste Nederlandse constructies en bouwwijzen zijn toch ontleend aan de houtbouw.Hout moet Omdat baksteen voor gebouwen erg duur was, bleef voor de normale woningbouw, ook na de introductie van de baksteen, hout nog honderden jaren de meest gebruikte bouwstof. Je moest immers ‘steenrijk’ zijn om je de luxe van een bakstenenhuis te veroorloven. Ook voor de scheepsbouw is van oudsher veel hout nodig geweest en volgens sommigen zou het Mastbos haar naam ontlenen aan de (scheeps)masten die daar speciaal gekweekt werden. Verder werd en wordt hout nog steeds gebruikt voor de inrichting van gebouwen, voor in de tuin, voor heipalen, omheiningen, voor spoor-, mijn- , water- en bruggenbouw, in de verpakkingsindustrie en voor de vervaardiging van klompen, speelgoed, muziekinstrumenten, vaten, meubels en doodskisten. Ook kunstenaars maken dankbaar gebruik van hout als het gaat om beeldhouwwerken en om schilderijen op houtpanelen. Tot slot werd en wordt hout gebruikt als brandstof, voor de gezelligheid in de open haard en voor romantische kampvuren. Het is wel duidelijk dat bomen bij ons erg geliefd zijn vanwege het hout, de sappen, de bladeren en niet op de laatste plaats vanwege hun zuurstofproductie.

Duurzaamheidsklassen van hout

Het begrip ‘duurzaamheidsklasse’ wordt in de houtbranche gebruikt als aanduiding tegen de aantasting van het kernhout van houtsoorten tegen ongunstige omstandigheden.Duurzaamheidsklassen van hout Dit wordt gemeten door onbehandeld hout van verschillende houtsoorten onder vastgelegde testomstandigheden in contact te brengen met de grond en dan te registreren hoe lang het duurt voordat het hout aangetast wordt. Er zijn vijf duurzaamheidsklassen (ter verduidelijking: klasse 1 betekent dat het kernhout nog goed is na meer dan 25 jaar in contact met de grond). Er zijn veel kleurverschillen in houtsoorten zoals wit, zalmkleur, geel, oranje, bruin, rood en zwart, maar dat is een ander verhaal, omdat ik het dan ook over tropische houtsoorten moet gaan hebben.

Naaldhoutsoorten

Dennen
Dennenhout is een Nederlandse houtsoort van de Zilverspar of Zilverden. In Duitsland heet het Tanne (of Tannenholz). Een vergissing die vaak gemaakt wordt, is dat dennenhout afkomstig zou zijn van de Grove Den (Pinus sylvestris). Een andere vergissing is dat we met Kerstmis over onze Dennenboom zingen, terwijl onze kerstboom een Spar is. De duurzaamheid van het dennenhout is klasse 4. De structuur van het hout is matig grof en het is arm aan hars. De kleur van het kernhout is crèmewit.

Vuren
Het Nederlandse woord ‘vuren’ is de naam voor het hout van de Fijnspar. In Nederland is vurenhout de meest gebruikte houtsoort. Het is niet alleen makkelijk te bewerken maar ook relatief goedkoop. De kleur van vuren is bleek tot witachtig geel met een zachte en grove tekening. Er is geen opvallende harsgeur zoals bij grenen. De duurzaamheid van vuren is klasse 4 .Het spinthout is moeilijk van het kernhout te onderscheiden. Vuren wordt vooral gebruikt in de bouw: kapconstructies, binnenkozijnen, stijl- en regelwerk etc. Het wordt veel verkocht in onze ‘doe-het-zelf bouwmarkten’.

Grenen 
Grenen is de naam voor het hout van de Grove Den. Ca. 30 jaar geleden heette de Grove Den nog ‘Pijnboom’. Het Mastbos stond er vol mee. De Zweedse naam voor vuren is 'Gran' en voor grenen 'Furu'. Omdat veel grenen en vurenhout uit Scandinavië kwam (en nog steeds komt) werden bij ons de namen vuren en grenen nog wel eens met elkaar verwisseld. Grenen is na vuren de meest gebruikte naaldhoutsoort in Nederland en dient vaak als vervanging van eikenhout. Er is een groot verschil tussen het roodachtige kernhout en het veel lichtere geelachtige spinthout. De duurzaamheid van grenen is klasse 3-4. In de 19de en de eerste helft van de 20e eeuw, werd grenen veel gebruikt om mijngangen in steenkoolmijnen te ondersteunen. Een eigenschap die dit hout hier erg geschikt voor maakt, is dat het hoorbaar gaat kraken vóórdat het echt gaat breken. Zo worden de mijnwerkers gewaarschuwd wanneer een gang dreigde in te storten.

Loofhoutsoorten

Eiken
Eikenhout wordt tegenwoordig ingevoerd vanuit het buitenland. De duurzaamheid is klasse 2-3. De kleur van het kernhout is licht- tot goudbruin, het spinthout is witachtig. De eik werd regelmatig door onze voorchristelijke voorvaderen in West-Europa gebruikt als boomheiligdom. Hiervan getuigen nog de vele ‘Heilige Eiken’. Het woord Eik is verwant aan het Indische Igja dat ‘verering’ betekent.

De Keltisch/Germaanse priesterkaste de Druïden hielden hun spirituele bijeenkomsten (gekleed in rood - witte gewaden) op een open plaats (het loo) in het (Eiken)bos. Het woord “loo” is afkomstig van het Germaanse “lauhaz”, wat open plek in een bos betekent. Het woord Druïde komt van “derw“ ( = Eikenboom) en van “wydd” ( = ziener). Het is overigens niet toevallig dat Sinterklaas en de Kerstman precies dezelfde rood-wit gekleurde kleding dragen als deze Druïden. Het zijn namelijk de kleuren van de rood - witte Vliege(n)zwam in de bossen. Zo zie je maar dat vroeger de boom voor ons ‘heilig’ was. Het is ook niet toevallig dat we in een houten kist begraven willen worden en dat we op ‘blank hout’ afkloppen ons mogelijke ongeluk af te wenden.

Linde
Lindehout wordt tegenwoordig ingevoerd vanuit het buitenland. De duurzaamheid is klasse 5. De structuur is fijn en de kleur van het kernhout wit tot strogeel. Het spinthout is moeilijk van het kernhout te onderscheiden. Het wordt vanwege de structuur van oudsher gebruikt voor draai- en snijwerk van ornamenten en (Maria)beelden. Doordat het hout bijna niet werkt, werd het ook gebruikt voor tekenborden en als panelen voor schilderijen. De Linde werd bij de Kelten en de Germanen gezien als heilige boom. De godin Freya zou er zich in vestigen. Later werd de lindeboom als de ‘boom der gerechtigheid’ beschouwd. Op de markt stond altijd een Linde waaronder de vierschaar rechtspraak deed en ook de huwelijken werden er gesloten.

Wilgen
Wilgen zijn pioniersoorten met een grote lichtbehoefte. Wilgen komen in Nederland veel voor langs sloten. De duurzaamheid van wilgenhout is klasse 5. De kleur van het kernhout is licht- tot rozebruin, het spinthout is geelbruin. De schors van enkele Wilgen bevat ‘salicine’, dat lang geleden gebruikt werd als pijnstiller (Asperine). Er werd daarvoor op de wilgenbast gekauwd of er werd een drank van getrokken. De houtskool van de Wilg wordt gebruikt in buskruit en oorspronkelijk voor ‘Norrit’. Het heeft een veel hogere verbrandingssnelheid dan bijvoorbeeld barbecue-houtskool.

Robinia of valse Acacia
De Robinia is in Nederland de enige boom (van enige afmeting) die hout levert met een duurzaamheidsklasse 1. Het kernhout is bruinig tot groenig geel, het spinthout is wit en slechts enkele jaarringen dik. Er zijn grote Robinia plantages in Polen en Hongarije. Door de grillige groei, waarbij weinig lange rechte stammen ontstaan en de stam niet zuiver rond wordt, is het lastig in grote maten te krijgen. Het hout vereist een zorgvuldige droging omdat het nogal werkt.

Berken
De Berk ontleent zijn naam aan zijn stralend witte stam, evenals de Germaanse jongensnaam Bert die ook ‘stralend’ betekent. Vroeger werden de stukken (lappen) schors gebruikt als dakbedekking en als buitenbekleding van bootjes. Berkenhout wordt alleen gebruikt in de vorm van triplex of als producten met gebogen vormen, gemaakt van vele laagjes fineer. De duurzaamheid is klasse 5. Het hout is wit tot licht gekleurd en er is géén verschil tussen spint- en kernhout. De oorzaak hiervan is dat de Berk veel sappen in zich heeft, die gebruikt worden als Berkenwater (haarwasmiddel).

Beuken
De oorspronkelijke naam voor een Beuk is ‘Boek’. Het boek is naar de ‘Boek’ genoemd. In het Duits is dit nog terug te vinden, want daar worden beide nog ‘Buch’ genoemd. De kleur van beukenhout is licht geelbruin, met donkerbruine spikkels en spiegels. Er is weinig verschil tussen het kern- en spinthout. De duurzaamheid is klasse 5. De nerf van beukenhout is fijn en daardoor goed te bewerken, te draaien en laat zich goed buigen. Beukenhout wordt soms gestoomd, waardoor het stabieler wordt en minder snel vervormt onder invloed van vocht of temperatuurwisselingen.

Beukenhout wordt veel gebruikt bij het maken van meubels, kinderspeelgoed en gereedschap. Het wordt bij de spoorwegen, met een speciale behandeling, ook gebruikt als dwarsligger (biels) onder de rails.

Beukenhoutsnippers worden, samen met eikenhout, ook gebruikt voor het roken van paling.

Tot slot

Ik heb laten zien dat onze Nederlandse houtsoorten voor ons ‘heilig’, maar niet bepaald erg duurzaam zijn. Het is niet voor niets dat we veel tropische houtsoorten invoeren zoals: Azobé, Afzelia, Meranti, Merbau en Teak. Deze zijn heel duurzaam (bestendig of lang meegaand), maar niet duurzaam (qua productie methode, natuurlijke hulpbronnen of grondstoffen) zodat deze houtsoorten (als we niet oppassen) snel zullen opraken. Wellicht ben ik nog eens in de gelegenheid jullie door verre tropische bossen te leiden.

Dan zal ik uitgebreid over deze houtsoorten vertellen. Houd(t) moed en tot de volgende keer!