Verhalen

Het is bij de konijnen af

Maar is Spanje nu Holland of Holland Houtland?

Onlangs stond ik met een IVN-gezelschap op een prachtige konijnenburcht bij de Seterse bergen te Dorst. We kregen dorst, de zon scheen en het was vasten. Ik moest onwillekeurig aan het konijnen thuisland denken. Het waarom is een apart verhaal en het begint met het konijnen thuisland Spanje. 

Konijnen thuisland

De Feniciërs was een reislustig en op de handel gericht volkje en woonde in de kuststrook van Klein-Azië, waar nu Libanon ligt. Daarenboven was het ook een volk met goede uitvindingrijke technici. De Fenicische taal is/was nauw verwant aan het Hebreeuws. Omdat het varen van oudsher in hun bloed zat, waren ze steeds op zoek naar nieuwe horizonten om handel te drijven en nieuwe (handels)nederzettingen te stichten. Het bekendste voorbeeld van hun stichtingsdrift is de stad Carthago (Nieuw Stad) in het noorden van Afrika waar ze, onder de tot 'Puniërs' verbasterde naam, wereldgeschiedenis hebben geschreven.Spanje

Maar het waren ook deze Feniciërs, die omstreeks 1100 v. Chr. met hun schepen de kust van Zuidwest Europa aandeden. Eenmaal aan land gekomen zagen zij heel veel konijnen. Maar zij versleten het dier voor een klipdas, in hun taal 'I-sphanim' en noemden dat land ernaar. De Romeinen vernietigden niet alleen Carthago, maar namen ook bezit van I-sphanim en van diens naam. De naam werd verbasterd tot Hispania. De Spanjaarden maakten er weer España van en wij noemen dit land nu Spanje. Als de Feniciërs het destijds goed gezien hadden, had Spanje dus voor ons gewoon Konijnland geheten. Ofschoon, ons woord 'konijn' stamt af van het Latijnse woord 'cuniculus'. Dit houdt verband met het hol, dat het konijn onder de grond maakt. Het is dus best denkbaar dat wij dan Spanje gewoon Holland genoemd zouden hebben, genoemd naar het hol van het konijn.

En ons eigen Holland dan? het westelijk deel van Nederland! Dat had vanzelfsprekend 'Houtland' moeten heten. Ons Holland heette heel vroeger 'Holtland', een naam, die betrekking had op het bosrijke gebied in de buurt van Haarlem. 

Konijnen en vasten

De oude Romeinen wisten het konijn in culinair opzicht zeer te waarderen en brachten het naar allerlei streken, waar het sedert de IJstijd niet meer voorkwam. Al onze konijnen in Noord en West-Europa stammen dus af van de Spaanse konijnen. Het zijn waarschijnlijk Franse monniken geweest, die de eerste tamme konijnen hebben gefokt. Dat staat in verband met het feit dat ongeboren en pasgeboren konijntjes als een lekkernij golden, die zelfs tijdens de vasten geoorloofd was. Ook aan de Middeleeuwse vorstenhoven fokte men konijnen voor op tafel en de jacht. Vele tamme konijnen hebben de oorspronkelijke grijze kleur met een zwarte, witte of bonte verwisseld. Het eten van konijnen tijdens de vasten is naderhand verboden, maar nog steeds eten we graag konijn, of diens familielid de haas, tijdens de feestdagen. 

Het is bij de konijnen af

In ons land bewoont het wilde konijn uitsluitend terrein, dat zich leent voor het graven van holen; in hoofdzaak de zandgronden. Daar zijn ingewikkelde holensystemen te vinden, die het konijn in kolonies bewoont. De jongen komen hierin echter niet ter wereld. Ze worden, naakt, blind en doof geboren in het echte hol (de wentel) met één pijp. Hier komt de moeder (de moer) slechts één keer per dag op bezoek om haar jongen (de lampreien) te zogen. Daarna sluit zij de ingang zorgvuldig af, ter bescherming tegen kou en roofdieren. Na een maand zijn de jongen zelfstandig en na ca. 4 maanden kunnen ze zich zelf voortplanten. Na een draagtijd van ca. 4 weken werpt de moer haar 4 tot 12 jongen. Enige uren na het werpen wordt de moer weer bronstig en de vader (de rammelaar) kan weer aan het werk. Per jaar kan de moer wel 4-7 keer werpen en krijgt een konijnenpaar 30-60 nakomelingen (hun kleinkinderen uiteraard niet meegerekend). Alhoewel, het konijn kent vele ziekten en heeft vele vijanden, met name Reinaert de Vos, de hermelijn en bunzing.

Het konijn zelf is een planteneter en zijn spijsvertering werkt op een merkwaardige wijze. Hij eet zijn voedsel 2 keer, als plant en als uitwerpsel. Maar dat is een ander verhaal! 

Tot slot de Klipdas

Het diertje komt veel voor in Zuid-west Afrika, de Kaapprovincie en in Klein-Azië. De Feniciërs kenden ze dus van thuis en in de bijbel worden ze ook genoemd. Maar ook hier hebben de bijbelvertalers zich vergist en deze, voor hen vreemde zoogdieren, geen klipdassen maar konijnen genoemd. De oude Grieken beschreven het diertje als 'hyrax', hetgeen letterlijk 'spitsmuis' betekent. De klipdas is dus geen konijn, geen spitsmuis, maar zeker ook géén das. Het waren de Hollanders (de Houtlanders zogezegd) die het diertje voor altijd 'de das' om hebben gedaan. De eerste Hollandse kolonisten in Zuid-Afrika zagen deze diertjes, wisten niet precies wat het waren en noemden ze 'dasje', vandaar dat nu deze diertjes daar nog steeds 'dassies' genoemd worden en bij ons de naam (Kaapse) klipdas hebben gekregen.Klipdas

De klipdas is een dierkundig raadsel. Hij heeft de afmetingen en de uiterlijke schijn van een konijn (niet hun snelle voortplantingseigenschappen), maar wordt beschouwd als een naaste verwant van een olifant (qua voorpoten en hersenen). Ook heeft hij veel verwantschap met het paard (qua achterpoten, moederkoek en maag) en met de neushoorn (qua bovenkaak en skelet). Op zich is dat logisch, omdat fossiele vondsten erop wijzen, dat paarden, neushoorns en olifanten een gemeenschappelijke voorouder hebben gehad. Als er dus één diertje nog leeft in zeer grote verwantschap met zijn voorouders, dan is het wel de klipdas.

Zo zie je maar, waar zoölogische misverstanden en taalkundige verbasteringen toe kunnen leiden. Uiteraard je raad het al, deze foto is niet gemaakt van 2 konijnen maar van 2 klipdassen.

Ik sluit af met een toepasselijk Oost Brabants gezegde: “Mi de kernijne deur de spijle kunne vrète“. Dat wordt daar gezegd van iemand die heel mager is.