Hoofdstuk 1 De straat

Het doel van de straat

De Straat, de Weg, de Straatweg

Verkeerskundig wordt nauwelijks gesproken over een Straat maar over een Weg. Daar waar de weg vooral bestemd is voor het verkeer, is de straat het domein van bewoners, spelende kinderen, kooplieden, de kermis en overige feestvierders. Ook gevoelsmatig voelt iedereen het verschil aan tussen een weg en een straat. Soms gebieden ouders hun lastige kinderen even ‘op straat’ te gaan spelen, maar nooit op de weg.De straat

Toen het (handels)verkeer toenam ontstonden er tussenvormen de zogenaamde straatwegen Aan de Straat ontlenen de bestrating, straatwerk, de straatsteen en de straatmaker hun naam. Ik zal van nu af aan de woorden Straatwerk en Bestrating door elkaar gaan gebruiken. Het woord voor Straat is ontleend aan het Latijnse via strata wat geplaveide weg betekent. Volgens de Dikke van Dale betekent Straat een verharde weg tussen de rijen huizen in de bebouwde kom.

Mens en dier hebben van nature de behoefte om zich te verplaatsen. Het zoeken naar voedsel dreef hun door bos, veld en naar water. De eerste paden of wegen ontstonden doordat de een de sporen volgde van de ander op weg naar een jacht- of visgebied. Er werden hierbij steeds plaatsen gezocht met de minste weerstand. Toen de mens zich wilde vestigen en een vaste woonplaats moest kiezen, was een goed plekje voor zijn erf direct op of aan de weg wel erg gemakkelijk en strategisch; ons huidige woonerf of (woon)straat was een feit geworden.

Toch hadden de belangrijkste straten- en wegenbouwers uit onze geschiedenis hun eigen militaire doeleinden. Het doel was om zo snel mogelijk troepen en materialen te kunnen verplaatsen. Om er enkele te noemen: de Romeinen, Napoleon en Adolf Hitler. We kennen allemaal de uitspraak “alle wegen leiden naar Rome”, de Napoleonswegen, de Duitse Autobanen en vele gemeente hebben een weg, Heerbaan, genoemd naar het oud Nederlandse woord Heer of Heir voor leger. De belangrijkste Napoleonsweg loopt van Parijs - via Breda, Teteringen, Keizersveer, Utrecht - naar Amsterdam. Deze militaire wegenbouwers gebruikten voor de aanleg en onderhoud voornamelijk de op hun tochten ‘buit gemaakte’ mensen en overige krijgsgevangenen. Ook werden daarvoor misdadigers ingeschakeld. Het werken aan de weg was in die tijd geen pretje. Het was dezelfde Napoleon die zorgde dat de meesten van ons een Achternaam kozen, het moderne kadaster liet samenstellen en die er voor zorgde dat de meeste (particuliere) wegen aan de Staat kwamen en dus Openbaar werden. De tolwegen hadden hun langste tijd gehad, de Wegenbelastingwet deed in 1926 haar intrede en het is niet voor niets dat er momenteel zo veel weerstand bestaat tegen het Tol(poort) rijden.

Het grote mysterie van links en rechts

Enkele eeuwen geleden werd in de meeste landen links gereden, omdat men toen nog te paard ging en de meeste mensen hun zwaarden met de rechterhand gebruikten, zoals nu de meeste mensen ook nog met de rechtse hand schrijven. Om een slag af te kunnen weren of toe te kunnen brengen was het dus makkelijker om aan de linkerkant van de weg te rijden, zodat potentiële aanvallers aan de kant van het zwaard moeten naderen. Toen karren met meerdere paarden naast elkaar gebruikt werden, werd het echter prettiger om rechts te rijden. De vaak rechtshandige bestuurder zat met zijn zweep graag links op de bok zodat hij de paarden aan de kant had van zijn (rechter)hand waarmee hij de zweep vasthield. Logischerwijs verkoos hij dus de tegenliggers rechts voorbij te rijden zodat hij beter afstand kon houden in het voorbijgaan. In Frankrijk reed men, dankzij Napoleon, uiteindelijk rechts. Deze praktijk “van rechts rijden” heeft Napoleon in veel andere Europese landen ingevoerd, maar uiteraard niet in Engeland. Omdat het wisselen van rijrichting aan de grens lastig is, zijn in de loop der tijd steeds meer landen omgeschakeld naar rechts rijden zoals b.v. Zweden.

In enkele landen rijden de treinen ook nog steeds links, terwijl het wegverkeer al wel rechts rijdt. Dit is onder andere het geval in België, Frankrijk (uitgezonderd de Elzas), Italië en Zwitserland. De reden waarom treinen daar links rijden is vermoedelijk het feit dat de trein oorspronkelijk uit Engeland kwam, waar het verkeer nog steeds links reed.

De ingenieur en de ambachtsman

Omstreeks 1800 waren er nog geen Nederlandse, maar al wel Belgische vaklieden, die het vak in de praktijk geleerd hadden. Het vak ging over van vader op zoon en instructieboeken kwamen er pas begin 1900. Op zich logisch omdat de Leerplichtwet in Nederland dateert van 1900. Deze Leerplichtwet werd effectief op 1 januari 1901 en verplichtte kinderen van 6 tot 12 jaar tot het volgen van onderwijs. Voor sommige kinderen werden uitzonderingen gemaakt, zoals voor boerenkinderen tijdens de oogsttijd. Dochters mochten ook thuis blijven om het gezin te verzorgen, maar de leerling-straatmakers moesten naar school en leerden rekenen, lezen en schrijven. Vanaf die tijd kozen de meeste van ons voor ingenieur of voor een ambacht. De naam van onze beroepen/roepingen stamt af vanuit het Latijn. Ingenieur komt van het Latijnse ingenium, wat onder meer vindingrijkheid, talent en verstand betekent. De puristische naam voor ingenieur in het Nederlands is 'vernufteling'. Deze term werd bedacht door P.C. Hooft, een tijdgenoot van de eerste moderne ingenieur de Belg Simon Stevin (omstreeks 1600). Het Engelse woord stamt ook daarvan af en draagt tevens een verwantschap met het woord engine of machine. De ambachtsman stond van oorsprong op een veel hoger peil. Deze eveneens Latijnse aanduiding is ontleend aan het Gallische woord ombio (bevelvoeren, leiden) dat door Julius Caesar destijds gegeven werd aan de hoge dienaren van een Germaanse of Gallische vorst.

In 1941 werd de Stichting Bevordering Wegenbouw (SBW) opgericht en de eerste examens voor Uitvoerder en Hoofduitvoerder Wegenbouw vonden plaats in 1944. Pas na de oorlog vonden de eerste vakopleidingen plaats voor leerling en volwassen straatmakers. De rest van de geschiedenis veronderstel ik als zijnde bekend!

Soorten wegen

Zoals gezegd bestaan er dus verschillende soorten wegen. Hieronder worden deze soorten beschreven op basis van de (geërfde) functies van deze straten en wegen.

  1. Straten en wegen met een verkeersfunctie (ook wel stroomfunctie genoemd)
    1. Autosnelweg: Kruisingsvrije weg voor snel gemotoriseerd verkeer met gescheiden rijbanen. De maximumsnelheid is in Nederland bepaald op 120 km/h.
    2. (Stads)Autoweg, ringwegen, randwegen, radiaalwegen: Wegen voor gemotoriseerd verkeer waar 100 km/h en in de stad 70 km/h mag worden gereden.
  2. Straten en wegen met een ontsluitingsfunctie
    1. Gewone weg of hoofdstraat (wijkstraat): Hier mag meestal maximaal 50 km/h worden gereden binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom maximaal 80 km/h. Op gewone wegen mag, tenzij anders aangegeven, zowel snel als langzaam verkeer rijden. De hoofdstraten zijn vaak voorzien van aparte fietsstroken; ook rijden hier vaak de stadsbussen.
  3. Straten en wegen met een erfontsluitingsfunctie
    1. Parallelwegen langs autowegen, buurtstraten en straten, die woonstraten en woonerven toegankelijk maken. Meestal geldt hier een beperkte maximale snelheid (zogenaamde 30 km gebieden).
  4. Straten, erven en gebieden met verblijfsfunctie (ook wel erffunctie genoemd)
    1. Woonstraat of woonerf: Gebieden waar lopen, spelen e.d. prioriteit heeft boven de verkeersfunctie. Er mag enkel stapvoets worden gereden. De straat wordt niet in de eerste plaats gebruikt om ergens naar toe te gaan, maar om er te vertoeven/wonen.
    2. Voetgangerspromenade, winkelstraten, boulevards: Hier mag vaak niet gereden worden, dan wel alleen gedurende bepaalde uren per dag. (Het woord 'boulevard' stamt overigens af van het Nederlandse woord bolwerk).
  5. (Op)bergfunctie geldt voornamelijk/uitsluitend voor straten binnen de bebouwde kom
    1. Het ondergronds opbergen van kabels en leidingen. In het buitenland is deze functie nog steeds aanwezig. Daar hangen nog veel kabels en leidingen aan palen, woningen e.d. boven de grond.
    2. Het tijdelijk opslaan van hemelwater tijdens hevige regenval, voordat het via de riolering wordt afgevoerd. Deze functie is alleen optimaal bij straten met verhoogde trottoirbanden.