Hakrichting en andere praktische zaken

Tijdens mijn werk als Auditor en Docent behoort de discussie over de juiste hakrichting van het keperwerk tot de hardnekkigste vorm van misverstanden en onbegrip. Het verwarrende daarbij is dat in bepaalde studieboeken de hakrichting voor keperwerk anders genoemd wordt en tevens met schetsjes foutief wordt weergegeven. Dit betekent dat veel goed willenden in de branche hun hakrichting verkeerd aangeleerd hebben gekregen.

Ten behoeve van de tot standkoming van de Standaard RAW 2000 had ik zitting in de desbetreffende CROW werkgroep. In deze werkgroep was ook de OBN/SEB vertegenwoordigd. Ook deze CROW werkgroep was op de hoogte van het geharrewar over de vereiste hakrichting van het keperwerk. Daarom werd besloten om het voorschrift ‘aanhakken tégen de richting van het verkeer in’ te verduidelijken met een figuur, zie figuur F31.03. Aldus geschiedde en de RAW-conceptvoorschriften werden gedurende de voorgeschreven periode voor commentaar aan alle betrokken partijen toegezonden. Daarna werd de Standaard RAW 2000 goedgekeurd en gedrukt. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat daarmee voor Straatwerk op landelijk niveau de hakrichting en overige uitgebreide bestratingsvoorschriften waren vastgelegd. Op dit moment is de Standaard RAW 2010 van toepassing, maar de voorschriften voor Straatwerk zijn t.o.v. de Standaard RAW 2000 ongewijzigd gebleven.aanhakken tégen de richting van het verkeer in

De vraag blijft natuurlijk: waarom is deze hakrichting nu wel goed en de andere hakrichting fout? Het antwoord wordt gegeven door de theorie over de belasting van het Straatwerk. Het verkeer oefent op het straatwerk krachten uit met de rijrichting mee. Het afremmen en optrekken van de wielen hebben daar nauwelijks invloed op. Het straatwerk verplaatst, ‘kruipt’, zich dus met het verkeer mee. Dit is overigens ook de reden waarom de straatmaker tégen de rijrichting van het verkeer in straat en waarom de arme en de rijke kant van de straatbakstenen consequent in de goede richting moeten worden aangebracht. Aangezien het straatwerk dus met het verkeer mee beweegt, dient het hakwerk er voor te zorgen dat het kruipen (zo veel mogelijk) voorkomen wordt. Om dezelfde reden moeten de hakstukken tégen de rijrichting in geplaatst worden.

De figuur hierboven is ontleend aan een oud boek van vóór de Tweede Wereldoorlog. Ik wil hiermee aangeven dat met de Standaard RAW inzake de juiste hakrichting “het wiel niet is uitgevonden”. Nu zijn er altijd mensen die zeggen, maar dat is slechts theorie. Tegen hen geef ik het antwoord dat ik eens hoorde van Prof. Span te Delft: “Er is niets praktischer dan een goede theorie”.

Van de figuren hieronder kunnen ook nog andere praktische zaken worden afgelezen:

  • Indien mogelijk werkt de straatmaker met de rug gekeerd naar de zijde vanwaar het meest intensieve verkeer vandaan kan komen
  • Hij plaatst altijd de ‘rijke’ klinkerzijde van zich af
  • De bolle klinkerkant moet naar boven zijn gericht
  • De bolle klinkerzijde moet tegen het verkeer in worden geplaatst; de straatmaker plaatst de bolle zijde van zich af

 Andere praktische zaken