Bestratingsnormen

Hieronder worden de belangrijkste bestratingsnormen [1] besproken.

Opmerking vooraf: De hiernavolgende bestratingsnormen zijn nog gebaseerd op de SEB bestratingsnormen 2012 en de Standaard RAW Bepalingen 2010. Op dit moment (november 2015) heb ik de geactualiseerde versie van  het hier betreffende Hoofdstuk 8 beschikbaar. Deze aangepaste versie was nodig omdat met ingang van 2015, vooral voor natuursteen elementenverhardingen, nieuwe bestratingsnormen en bepalingen van kracht zijn geworden. Mocht u daar in geïnteresseerd zijn, kunt ik met mij daarover contact opnemen.

Plaatsing

Het is niet toegestaan om elementen, stenen, tegels, keien of banden, ondersteboven of op de zijkant te plaatsen. Ook mogen geen beschadigde of gebroken elementen worden aangetroffen. Na de plaatsing, vóórdat de voegen zijn gevuld, moeten de elementen op ‘dracht’ staan en mogen deze met de voet niet meer bewogen kunnen worden. Bij het ‘straten’ met/onder de hamer moet een goede dracht al gerealiseerd zijn, voordat het straatwerk is afgetrild.

Vlakheid

De afwijkingen in de vlakheid, zogenaamde oneffenheden in langs- of dwarsrichting, van de bestrating en de kantopsluiting, mogen gemeten onder een rei ten hoogste 5 mm bedragen. Bij (ruwe) groot formaat keien mag dit ten hoogste 10 mm zijn.

Voegwijdte

De voegwijdte tussen twee aaneensluitende elementen mag niet meer bedragen dan:

  • Tegels 2 mm
  • Betonstenen 3 mm; ingeval van herstraten 5 mm
  • Gebakken materialen 8 mm; ingeval van herstraten 10 mm
  • Twee aaneensluitende banden 5 mm
  • Natuursteen: gezaagde materialen 8 mm; gekliefde ruwere materialen 10 mm
  • Giet- of mortelvoegen min. 8 en max. 15 mm; vullinghoogte/-diepte min. 30 mm

Voegvulling

Het invegen en trillen dient zo vaak herhaald worden, dat geen verdere vulling van de voegen meer mogelijk is. Het alleen op het werk gooien van een hoeveelheid zand is dus niet voldoende.

Oneffenheid

De afwijking in de hoogteligging tussen onderling aaneensluitende gelijksoortige elementen, stenen, keien, tegels en kantopsluitingen, mag niet meer dan 2 mm bedragen. Voorelementen met een ruwe oppervlakte, zoals natuursteen keien, niet meer dan 5 mm.

HakwerkAanhakken van bestrating

De kwaliteit van de passtukken:

  • Goed (aan)sluitend
  • Geen koppen
  • Niet kleiner dan een ½ element
  • Netjes, haaks en recht afgehakt
  • Passend in het verband
  • Niet scherper dan 45°
  • In een enkele rij niet meer dan 2 passtukken
  • Plaatsing tégen de rijrichting van het verkeer in, zie figuur F 31.03 uit de RAW voor voorbeeld bij keperverband
  • Bij kantopsluitingen moet de lengte van passtukken ten minste 0,50 meter bedragen.
  • Bij halfsteensverband dient de gehakte kant van de goot/kantopsluiting af te worden geplaatst

Verband

Het voorgeschreven verband moet juist zijn uitgevoerd. Bij elleboog– of keperverband moeten de ‘diagonalen’ in een rechte lijn liggen en de elementen moeten zuiver haaks ten opzichte van elkaar zijn aangebracht. Bij halfsteensverband moeten zowel de lint- als de stootvoegen duidelijk waarneembaar in één lijn liggen en de elementen moeten zuiver ½ steens verspringend zijn aangebracht. Bij natuursteenkeien moeten de elementen minimaal ¼ steen verspringend zijn aangebracht.

Haaksheid

De afwijking van de lagen onderling in het verband, zowel haaks als diagonaal, mag over een lengte van 5 meter niet meer bedragen dan 20 mm.

Klik, de overhoogte van het aanliggende straatwerk

  • Bij (gemetselde) randen, putdeksels en straatpotten dient de bovenkant van de aansluitende verharding gelijk met of ten hoogste 5 mm hoger te liggen
  • Bij (verlaagde) kantopsluitingen dient de bovenkant van de aansluitende verharding 10 tot 20 mm hoger te liggen, tenzij deze kantopsluiting onderdeel uitmaakt van een gootconstructie
  • Langs de zijkant dient de bovenkant van het aansluitende straatwerk gelijk met of maximaal 10 mm hoger te liggen dan kolkdeksels, kolkinlaten, (mol)goten of andere langs de zijkant van het straatwerk opgenomen elementen

Profielgewijzigd tonrond profiel

De weg, de straat of het pad, met een- of tweezijdige afwatering of met verplaatste kruin, dient te worden aangelegd in een dwarsprofiel volgens het gewijzigd tonrond profiel [2] (zie figuur F 31.02 uit de RAW). Dit wil zeggen in de midden wang een spanning van ⅛ van het hoogteverschil, tussen de kruin en de zijkant, maar tenminste 5 mm.

Een trottoir, met eenzijdige afwatering, dient een spanning in de midden wang te hebben van 1/16, maar tenminste 5 mm, behalve ingeval van tegenschot.

De afwijkingen t.o.v. het voorgeschreven profiel mag, onder de draad gemeten, niet meer zijn dan 5 mm. voor betontegels en voor de overige elementen maximaal 10 mm.

Molgoten

De standaard molgoot mag maximaal 40 mm diep zijn en moet gelijkmatig verspringend over de voorgeschreven streklagen worden opgebouwd.

Hoogteligging

De afwijkingen ten opzichte van de voorgeschreven hoogten in het lengte- of dwarsprofiel mogen niet meer bedragen dan 10 mm, uitsluitend te bepalen d.m.v. profielwaterpassing. Het is raadzaam om de bovenzijde van de bochtband in het midden van de boog 10 mm hoger te stellen dan de bovenzijde van deze bochtbanden ter plaatse van de beide tangent punten.

Afschot

In het dwarsprofiel dient een dwarshelling aanwezig te zijn te weten:

  • Voor klinker bestratingen een helling van 20 mm/m tot 40 mm/m
  • Voor normale tegel bestratingen een helling van 20 mm/m. In bredere pleinen kan een helling aangehouden worden van 10 mm/m tot 15 mm/m
  • Voor ruwere natuursteen bestratingen een helling van 30 mm/m tot 60 mm/m en voor gladdere natuursteen tegels een helling van 20 mm/m tot 30 mm/m
  • Voor gootlagen in lengterichting minimaal 5 mm/m afschot. Het is overigens wel de bedoeling dat bij/na regenval geen ernstige plasvorming optreedt zie ook Hoofdstuk 6 Riolering en regenwater.

Materialen

Het (strenge) keuren van de bestratingselementen geschiedt in het algemeen op de fabriek door specialisten en keuringsinstanties. Voor de producten gelden standaard methoden en certificeringeisen. De keuringseisen voor banden en straatstenen worden dan ook nauwelijks inhoudelijk beschreven in de RAW Standaard. Hiervoor wordt verwezen naar de betreffende Nederlandse en Europese normvoorschriften, die onder andere betrekking hebben op materialen, fabricage, afmetingen, maattoleranties en kwaliteit (sterkte, duurzaamheid, kleureigenschappen).

Op het werk wordt gekeken naar het ‘bewijs van oorsprong’ (markeringen, certificaten, datum van fabricage, naam leverancier en/of fabriek) van de aangevoerde materialen en naar de aanwezigheid van mogelijke uiterlijke gebreken zoals: afgebroken hoeken, beschadigde oppervlakken of gebroken elementen. Het zal duidelijk zijn dat de op het werk aangevoerde partijen of leveringen, met een goed ‘bewijs van oorsprong’, niet geweigerd of teruggestuurd kunnen worden, omdat de fabrikant in feite bewezen heeft aan alle verplichtingen te hebben voldaan.

De beoordeling van de producten op de (juiste) kleur is een delicate aangelegenheid. Zo kan hetzelfde type straatsteen per partij en/of dagproductie waarneembare kleurverschillen vertonen qua beleving of in kleurintensiteit. Bovendien is de kleur in de buitenlucht in belangrijke mate afhankelijk van het vochtgehalte van de materialen en van (minimale) structuur en/of textuur verschillen tussen de elementen onderling. Er zijn mensen die dit soort nuance verschillen in kleuren juist als een voordeel ervaren.

Het zal duidelijk zijn dat de hiervoor bedoelde bestratingsnormen alleen van toepassing (kunnen) zijn voor bestratingselementen welke aan bepaalde keuringseisen voldoen. In Hoofdstuk 11 ga ik uitgebreid in op de materiaaleisen, beproevingen en keuringsvoorschriften van de bestratingselementen straatbakstenen, betonstraatstenen, betontegels en banden, kolken en PVC buizen.


[1] In Hoofdstuk 10 Eisen en richtlijnen voor uitvoering kleinplaveisel zijn in paragraaf 10.3 ook nog bestekseisen en richtlijnen opgenomen ten aanzien van de uitvoering voor gekliefde kleinplaveiselkeitjes.

[2] Gewijzigd tonrond profiel is een moderne variant op tonrond profiel. De eigenschap tonrond geeft aan dat het betreffende dwarsprofiel een boog- of gewelfvormig karakter heeft.