Kwaliteitsaanduidingen

Onderstaand geef ik een opsomming van een aantal algemeen geldende kwaliteitsaanduidingen:

  • De vlakheid in langs- en dwarsrichting is van belang voor de veiligheid en afwatering, maar geldt in eerste instantie als een maatstaf voor comfort. Een comfortabel wegdek dient ook de veiligheid. Voldoende vlakheid, dwarsafschot en tonrondte voorkomt ongewenste, te langdurige, plasvorming en te grote waterindringing in de onderbaan
  • De oneffenheid ofwel het hoogteverschil tussen de bestratingselementen onderling mag niet zo groot zijn dat hierdoor gevaar voor struikelen ontstaat
  • Een te grote voegwijdte kan onaangename gevolgen hebben voor personen op naaldhakken en voor (brom)fietsers. Ook bestaat dan een grote kans op ongewenste (on)kruid begroeiing. Tijdens het gebruik moet voorkomen worden dat de kop en de zijkanten van de elementen afschilferen. Dit wordt vaak veroorzaakt door te strak aanbrengen of door het kantelen van de stenen. Het gebruik van stenen met een splintervrije kop en/of met afstandhouders verdient aanbeveling
  • Een snelle uitvoering van het werk kan de overlast voor omwonenden beperken en de bereikbaarheid van aanliggende bedrijven en woningen verbeteren.

De hiervoor genoemde kwaliteitsaanduidingen [1] geven geen antwoord op de aard en de omvang van gebreken. Daartoe is het nodig dat gebreken en/of beoordelingscriteria exact worden beschreven en/of gekwantificeerd.

In dit hoofdstuk geef ik een opsomming van de standaardnormen op het gebied van elementenverhardingen. Concreet genoemd zijn dat de SEB/OBN [2] normen, met waar nodig aangevuld de “Standaard RAW Bepalingen 2010“ en met de aanbevelingen in het “Handboek natuursteenbestrating van september 2006“.

De OBN heeft omstreeks 1992 baanbrekend werk verricht op het gebied van het landelijk ontwikkelen van (eigen)bestratingsnormen, de zogenaamde SEB/OBN normen. Door een CROW werkgroep zijn met ingang van 2000 deze SEB/OBN normen voor een belangrijk deel in de Standaard RAW Bepalingen verwerkt. Tot nu toe geeft de CROW iedere vijf jaren een nieuwe uitgave uit van de Standaard RAW Bepalingen uit en de laatste uitgave dateert van 2011 (RAW 2010). Het Handboek natuursteenbestrating dient thans nog als leidraad, maar zal naar alle waarschijnlijkheid door een CROW werkgroep in de komende nieuwe Standaard RAW Bepalingen worden verwerkt. In de praktijk komt het voor, dat door de opdrachtgever en/of directie/opzichter wordt afgeweken van deze standaard bestratingsnormen. Uiteraard is dat een goed recht onder het motto: wie betaalt, die bepaalt. Toch wil ik in dit kader verwijzen naar Hoofdstuk 12 de Erkenningsregeling van de SEB. Volgens artikel 13 van deze regeling is de SEB-deelnemer is verplicht om bestratingswerkzaamheden uit te voeren met inachtneming van de geldende kwaliteitsnormen, behoudens ingeval door een opdrachtgever schriftelijk een afwijkende opdracht wordt/werd verstrekt. Mijn ervaring heeft mij geleerd dat in geval van door mij geconstateerde afwijkingen deze schriftelijke bewijsvoering op het werk in de meeste gevallen ontbreekt. Zodoende kan vaak niet bewezen worden of de (echte)opdrachtgever inderdaad er van op de hoogte is dat het gerealiseerde bestratingswerk niet (geheel) voldoet aan de standaard bestratingsnormen, dan wel of het hier gaat om gebrek aan kennis of om de uitoefening van een ‘hobby’ van een toezichthouder op het werk.


[1] Deze (te) algemene aanduidingen zijn vergelijkbaar met b.v. het bepaalde in de verkeerswet dat je niet te hard mag rijden. Volgens dit voorbeeld zou je dan van een agent een bekeuring van €1000 ontvangen wegens te hard rijden, maar hij is niet instaat daarbij niet te vertellen hoe hard je feitelijk reed, noch hoe hard je daar ter plaatse mocht rijden.

[2] De Ondernemersvereniging Bestratingsbedrijven Nederland (OBN) is verantwoordelijk voor de oprichting van de SEB.