Beheer

Wat is openbaar

Na de aanleg loopt de kwaliteit van de bestrating als gevolg van gebruik, slijtage, weersinvloeden e.d. terug. Om de levensduur in stand te houden of te verlengen, wordt onderhoud uitgevoerd. Kleine schades worden verholpen door middel van klein onderhoud (plaatselijk herstel). Zijn de schades ernstiger en omvangrijker dan is groot onderhoud nodig. Om er achter te komen of de bestrating nog aan de eisen voldoet moeten regelmatig inspecties worden verricht. Het inspecteren, plannen en onderhouden van de bestrating en het betalen van de kosten wordt traditioneel wegbeheer genoemd. Volgens de wet is de wegbeheerder daarvoor verantwoordelijk.

Het wegbeheer is in Nederland voor het eerst geregeld met de Wegenwet van 1930 en geldt uitsluitend voor openbare wegen (inclusief voet-, rijwiel- en jaagpaden, dreven, kunstwerken, berm, bermsloten en taluds). Dit betekent dat de beheerder niet in alle gevallen ook de eigenaar van de straat, weg of openbare ruimte behoeft te zijn. Het eigendom van openbare wegen en straten berust in de meeste gevallen bij ‘ons’ als gemeenschap. ‘Wij’, als gemeenschap, hebben via de wet diverse wegbeheerders aangewezen. Welke wegbeheerder waarvoor verantwoordelijk is, hangt samen met van de functie van de weg.

Autosnelwegen (A-wegen) vallen altijd onder beheer van het Rijk. Maar ook een aantal overige autowegen (N-wegen) worden vaak door Rijkswaterstaat beheerd. De overige wegen zijn in handen van andere wegbeheerders zoals: Provincies, Waterschappen, Gemeenten, Nederlandse Spoorwegen en overige (Havenbedrijven, huiseigenaren). Nu is het wel zo dat enige jaren geleden door toedoen van de commissie Broks [1], die zich bezig hield met de herverdeling van wegen en wegbeheer, de Waterschappen niet of nauwelijks nog wegen onder beheer hebben.

In zijn algemeenheid geldt volgens de wet dat iedere buitenruimte (pad, steeg, straat, plein, terrein) openbaar is, tenzij dit (anders) wordt aangegeven door bijvoorbeeld tekst, afzetting of markering.Eigen weg Wanneer een (particuliere) weg in de zin van de wet openbaar is, kan de rechthebbende (de eigenaar) de openbaarheid van die weg niet opheffen door het afsluiten van die weg met een hek of paal of door het plaatsen van bordjes ‘eigen weg’. Ingeval het onderhoud van dit soort openbare wegen door de eigenaar wordt verwaarloosd, kan de gemeente op grond van de Wegenwet en Algemene Wet Bestuursrecht, overgaan tot het afdwingen van het onderhoud. Voor de gladheid van wegen als gevolg van sneeuw, zand, steentjes, bagger e.d. op de wegen geldt in principe hetzelfde. Uiteraard geldt hierbij, dat ook van de weggebruiker zelf de nodige voorzichtigheid mag worden verwacht.

Modern Beheer, integraal beheer openbare ruimte

We kunnen gerust zijn, de Gemeenten zijn voor de meeste openbare straten (de openbare ruimte) binnen de bebouwde kom de beheerders. Daar kunnen we dus ten alle tijden voor onze klachten en verzoeken terecht. Tegenwoordig houdt modern beheer van de openbare ruimte (inclusief de uitbreiding van het areaal) meer in dan alleen het uitvoeren van het onderhoud. Dit modern beheer bestaat uit fysieke en niet-fysieke maatregelen te weten:

Fysieke maatregelen

  • Onderhoud gericht op een goed gebruik (incl. sneeuw- en gladheidbestrijding, reiniging e.d.).
  • Vervanging van versleten (onder)delen.
  • Verbetering gericht op het actueel houden.

Niet-fysieke maatregelen

  • Vergunning verlening gericht op kwaliteit van de openbare ruimte (kap-, parkeervergunningen e.d.).
  • Regulering om het gebruik in goede banen te leiden, zoals beleid voor: vergravingen in de bodem, honden, reclame, horeca, evenementen e.d.
  • Handhaving van naleving van afgegeven vergunningen of uitvoeren van vastgestelde regels.

Zoals gezegd is de belangrijkste wetgeving voor het wegbeheer de Wegenwet. Andere belangrijke wetten in dit kader zijn:

  • Wegenverkeerswet
  • Nieuw Burgerlijk Wetboek
  • Wet Maatschappelijke Ondersteuning
  • Wet Milieubeheer en het Bouwstoffenbesluit
  • Wet Geluidhinder en Besluit asbestwegen (Wet milieugevaarlijke stoffen)
  • Bodemkwaliteitskaart en Bodembeheersplan
  • Arbeidsomstandighedenwet (Arbo)
  • Flora en fauna wet

Het voert te ver om in dit kader nader op al deze wetten uitgebreid in te gaan.

Deze wetgeving geeft echter geen richtlijnen voor de kwaliteit waaraan de bestrating moet voldoen. Ook wordt daar niet precies gedefinieerd wat onder kwaliteit moet worden verstaan. Wel bevat de wetgeving verplichtingen voor de wegbeheerder, zoals: de zorgplicht en het ‘goed’ rentmeesterschap om straten en wegen ‘in goede staat’ te (onder)houden. Daarbij wordt binnen de kaders van deze wetgeving ook rekening gehouden met een aantal belangrijke items die duidelijk van invloed zijn op het wegenbeheer(beleid) en de nadere uitvoering. De belangrijkste aandachtspunten zijn:

  • Goed 'rentmeesterschap' is vereist [2]
  • Geïnvesteerd kapitaal in stand houden
  • Verplicht om straten en wegen in goede staat te houden
  • Borgen van veiligheid en functionaliteit van straten en wegen
  • Gandhaven genomen inrichtingsmaatregelen
  • Zorgplicht veilige openbare ruimte
  • Beheerder is risico aansprakelijk [3]
  • Juiste omgang met afvalstoffen
  • Hanteren geluidsniveau grenzen

Bij (weg)beheerders wordt om uitvoering te geven aan de zorgplicht en het goed rentmeesterschap tegenwoordig gebruikt gemaakt van de CROW methodiek Wegbeheer, inclusief de CROW systematiek van Rationeel Wegbeheer. De afkorting C.R.O.W. staat voor het nationale kennis platform (non-for-profit organisatie) voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze methodiek wordt landelijk geaccepteerd als zijnde de methodiek voor het beheren en onderhouden van wegen. Ook zijn hier, door middel van diverse CROW publicaties, het gewenste kwaliteit- en/of referentieniveau voor alle soorten verhardingen vastgelegd. Het doel van deze methodiek is het verstrekken van informatie over de verhardingen van het te beheren straten- en wegennet op netwerk- en projectniveau. Deze informatie heeft betrekking op:

  • De kwantiteit: wat is er in beheer?
  • De kwaliteit: hoe ligt het erbij?
  • Het onderhoud: wat moet er gedaan worden en wanneer?
  • De kosten: hoeveel kost dat?
  • De dekking van kosten: hoe en wanneer betalen we dat?

Beheer en onderhoud is nog steeds volop in ontwikkeling en niet alleen technisch, maar ook politiek en maatschappelijk gezien. Van alle kanten komt er steeds meer aandacht voor IBOR, het Integrale Beheer van de Openbare Ruimte. Daarbij spelen de volgende onderwerpen een belangrijke rol:IBOR

  • Beleid
  • Keuze kwaliteitsniveau in relatie tot Kosten
  • Beheerstrategie
  • Veiligheid
  • Duurzaamheid
  • Leefbaarheid
  • Bereikbaarheid
  • Comfort, Aanzien
  • Creëren van draagvlak
  • Transparantie

Integraal Beheer van de Openbare Ruimte is een lastige opgave die van alle beheerders en betrokkenen vraagt om maatwerk. Een viertal onderwerpen: Veiligheid, Duurzaamheid, Comfort en Aanzien zijn volledig gericht op de bestrating/verharding en deze vier thema’s hebben met name een rol gespeeld bij het opstellen van de richtlijnen van de CROW methodiek Wegbeheer. Deze vier, voor het straatwerk belangrijke thema’s, zullen hieronder nader toegelicht worden.

Veiligheid

Veiligheid geeft aan in hoeverre het veilig is gebruik te maken van de straatverharding. Als dat niet het geval is kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan, die mogelijk leiden tot schade, ongevallen en de daarbij behorende aansprakelijkheidsstelling voor de wegbeheerder.

DuurzaamheidSchadebeeld van de bestrating

Duurzaamheid heeft in dit verband betrekking op het onderhoud en de technische instandhouding van de bestrating. Soort materialen, schaarste grondstoffen, energiebehoefte e.d.

Comfort

Het comfort wordt bepaald door de mate waarin de weggebruiker hinder en ongemak ondervindt van de onderhoudstoestand van de bestrating.

Aanzien

Het aanzien van de verharding wordt in hoge mate bepaald door de onderhoudstoestand. Een straat waar veel kleinschalige reparaties zijn uitgevoerd, heeft een minder aantrekkelijk aanzien dan een gloednieuw aangelegde straat. De uitstraling van de bestrating heeft invloed op het gedrag van de gebruiker. Dit gebrek aan uitstraling als gevolg van vele vergravingen in een straat wordt ook wel ‘degeneratie’ genoemd.

 

Per beleidsthema heeft de CROW aangegeven welke schadebeelden van de bestrating een sterke, een beperkte of geen relatie hebben met deze vier beleidsthema’s. In combinatie met de waarschuwingsgrens en de richtlijn kan dan per beleidsthema gekeken worden of een bepaald onderdeel: voldoende, matig of onvoldoende scoort voor dat betreffende beleidsthema. Deze schadebeelden zijn in foto’s, maten en gradaties vastgelegd en beschreven.

Bij elementen verhardingen moet de schade en de daarbij behorende schadebeelden vooral gezocht worden in de oneffenheden, de onvlakheid (verzakkingen, spoorvorming) en het effect daarvan op comfort (incl. geluidsoverlast omwonenden), aanzien en veiligheid. Met name op trottoirs, voet- en fietspaden kunnen oneffenheden leiden tot valpartijen. Een belangrijke overweging hierbij is ook dat een te oneffen bestrating een stotende werking van de verkeersbelasting veroorzaakt, met als gevolg dat nog grotere onvlakheden en schade kan ontstaan.

CROW methodiek

Aldus wordt vanuit de CROW methodiek Wegbeheer een beheerssysteem opgesteld op basis waarvan te nemen onderhoudswerken en maatregelen worden begroot en gepland. Het juist en vakkundig uitvoeren daarvan is uiteraard een ander verhaal. Ondanks het uitvoeren van juiste onderhoudsmaatregelen is de levensduur van de verharding toch niet onbeperkt. Op dat moment dat het einde bereikt hiervan wordt, is vervanging van de bestratingsconstructie, inclusief fundering nodig. Dit is ook het moment om herinrichting van de straat of het gebied te overwegen.


[1] Omdat er in 1992 ook nog een 2e commissie Broks werkzaam was en wel op het gebied van het beheer en de herverdeling van waterwegen, werd de ene commissie voor de wegen 'Broks droog' en de andere commissie voor de waterwegen 'Broks nat' genoemd. Gerrit Broks heeft diverse bestuurlijke functies bekleed zoals Staatssecretaris Volkshuisvesting en burgemeester van Tilburg.

[2] Goed rentmeesterschap in dit kader betekent, de verantwoordelijkheid nemen voor het voortbestaan en de ontwikkeling van iets kostbaars dat aan jou is toevertrouwd. In dit geval betreft het de kostbare infrastructuur.

[3] Risico aansprakelijkheid houdt in dat men aansprakelijk is voor de schade die een ander lijdt en gebaseerd is op een bepaalde rol, hoedanigheid of kwaliteit. Dit kan los staan van schuldvraag of verwijtbaarheid. Op grond van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek geldt risico aansprakelijkheid bijvoorbeeld ook voor ouders voor hun minderjarige kinderen.