Voorwoord

'Aan de Lezers' zo opent in 1954 B.J. Kerkhof, de voorzitter van de Stichting Bevordering Wegenbouw, zijn voorwoord in het handboek 'De beginselen van het Straatmaken'. Ik sluit mij graag aan bij deze stijlvolle en klassieke opening.

Dit naslagwerk heb ik speciaal samengesteld voor de interne applicatiecursus voor Auditors van de Stichting Erkenning voor het Bestratingsbedrijf (SEB) te Harderwijk. Ik heb niet de bedoeling een wetenschappelijk werk samen te stellen, maar naar enige diepgang heb ik wel gestreefd. Veel heb ik geleerd gedurende de vele jaren van lesgeven voor de Stichting Bevordering Wegenbouw (SBW, naderhand Fundeon en SOMA) en het Zuidelijk Technisch Wegenbouw Centrum (ZTWC). Natuurlijk mag de praktische leerschool als SEB Auditor niet worden vergeten.

Voor dit boekwerk heb ik ook nog vele bronnen van derden geraadpleegd zoals: boeken, scripties, tijdschriften en websites. De zo volledig mogelijke opsomming van deze bronnen heb ik gedaan bij het einde van dit boekwerk. Ik heb de diverse onderwerpen/hoofdstukken zodanig beschreven dat deze (min of meer) afzonderlijk te lezen zijn.

Bij de samenstelling gingen mijn gedachten voortdurend uit naar de vele West Brabantse straatmaker families uit Ulvenhout, Ginneken, Bavel en St. Willebrord en aan de vele meters die deze meesters van het straatwerk erin getikt hebben. Ik bedoel dan in het bijzonder de families: de Van Alphen’s, de Van den Broek’en, de Graaumans’en, de Leppens’en en vooral de vele Voeten’s (Den Bello, Losse Willem, Zwarte Willem, Drik, Cor & Jos, de Gebroeders & Henk). Veel van hun nazaten werken nog steeds in de branche.

Dit boekwerk draag ik op aan mijn ‘leermeester’ Mathieu Mutsaerts, zelf een meester straatmaker bij de Gemeente Tilburg en als (hoofd)opzichter getransfereerd naar Breda. Hij bracht mij, zijn jonge chef, de wijsheden in het vak bij. Hij deed mij in zijn 75e levensjaar zijn Straatwerkboek “Straatbouw” door H.A. Muus van 1931 cadeau. H.A. Muus was oud inspecteur van de Gemeente Rotterdam.

Ik eindig dit voorwoord met een in dit kader tweetal toepasselijke lijfspreuken:

  • Nihil probat qui ni probat
  • Nihil est in intellectu quod non prius fuerit in sensu

In onze moerstaal zouden we zeggen:

  • Hij die teveel bewijst, bewijst niets
  • Er is géén waarheid zonder waarneming

Hans HHM de Vaan

Teteringen, mei 2010